29.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/7
Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 6 februari 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curtea de Apel București — Roemenië) — E.ON Global Commodities SE, voorheen E.On Energy Trading SE/Agenția Națională de Administrare Fiscală — Direcția Generală de Soluționare a Contestațiilor, Direcția Generală a Finanțelor Publice a Municipiului București — Serviciul de administrare a contribuabililor nerezidenți
(Zaak C-323/12) (1)
(Richtlijn 79/1072/EEG - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde - In andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen - Regeling betreffende btw-teruggaaf - Belastingplichtigen die fiscaal vertegenwoordiger hebben aangewezen volgens nationale bepalingen die golden vóór toetreding tot Europese Unie - Daarvan uitgesloten - Begrip „niet in het binnenland gevestigde belastingplichtige” - Vereiste van ontbreken van vaste inrichting - Voorwaarde dat geen goederenleveringen of diensten zijn verricht - Elektriciteitsleveringen aan belastingplichtige wederverkopers - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 171)
2014/C 93/11
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Curtea de Apel București
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: E.ON Global Commodities SE, voorheen E.On Energy Trading SE
Verwerende partijen: Agenția Națională de Administrare Fiscală — Direcția Generală de Soluționare a Contestațiilor, Direcția Generală a Finanțelor Publice a Municipiului București — Serviciul de administrare a contribuabililor nerezidenți
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Curtea de Apel București — Uitlegging van de artikelen 3, 4 en 6 van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG) van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen (PB L 331, blz. 11) — Teruggaaf van btw in een lidstaat aan een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die in eerstgenoemde lidstaat een fiscaal vertegenwoordiger heeft aangewezen krachtens de nationale bepalingen die in deze lidstaat golden voordat die staat tot de Europese Unie is toegetreden — Voor teruggaaf gesteld vereiste dat de belastingplichtige in de betrokken lidstaat niet voor btw-doeleinden mag zijn geregistreerd — Begrip bijkomende voorwaarde bovenop de vereisten waarin de artikelen 3 en 4 van richtlijn 79/1072/EEG voorzien — Verenigbaarheid daarvan met artikel 6 van deze richtlijn — Rechtstreekse werking van de artikelen 3 en 4 van richtlijn 79/1072/EEG
Dictum
De bepalingen van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG) van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen, gelezen in samenhang met de artikelen 38, 171 en 195 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75/EG van de Raad van 20 december 2007, moeten aldus worden uitgelegd dat een in een lidstaat gevestigde belastingplichtige die elektriciteitsleveringen aan in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen heeft verricht, zich in deze laatste lidstaat op de Achtste richtlijn kan beroepen om teruggaaf van de betaalde voorbelasting te verkrijgen. Dit recht wordt niet uitgesloten door het enkele feit dat hij in die andere staat een voor doeleinden inzake de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerde fiscale vertegenwoordiger heeft aangewezen.
(1) PB C 295 van 29.9.2012.
Full & Egal Universal Law Academy