11.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/12
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale amministrativo regionale per le Marche — Italië) — Comune di Ancona/Regione Marche
(Zaak C-388/12) (1)
(Structuurfondsen - Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) - Financiële bijdrage van een Structuurfonds - Criteria voor subsidiabiliteit van kosten - Verordening (EG) nr. 1260/1999 - Artikel 30, lid 4 - Beginsel van duurzaamheid van verrichting - Begrip „belangrijke verandering” in een verrichting - Toewijzing van concessieovereenkomst zonder voorafgaande bekendmaking en aanbesteding)
2014/C 9/17
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Amministrativo Regionale per le Marche
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Comune di Ancona
Verwerende partij: Regione Marche
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale Amministrativo Regionale per le Marche — Uitlegging van artikel 30, lid 4, sub a, van verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen (PB L 161, blz. 1) — Intrekking en terugvordering van communautaire financiële bijstand — Begrip „belangrijke verandering” — Verhouding tussen, enerzijds, de voorwaarde van een verandering die strijdig is met de aard of de uitvoeringsvoorwaarden van de verrichting en, anderzijds, de voorwaarde van een verandering die een onderneming of een publiekrechtelijk collectief lichaam een onrechtmatig voordeel oplevert — Functionele wijziging — Voorwaarde dat de verrichtingen die gefinancierd worden, voldoen aan de voorschriften van Unierecht op het gebied van overheidsopdrachten — Gedeeltelijke wijziging van de bestemming van het gefinancierde werk en concessie van het beheer ervan aan een particuliere marktdeelnemer zonder aanbestedingsprocedure
Dictum
1)
Artikel 30, lid 4, van verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling bedoelde veranderingen zowel veranderingen omvatten die zich tijdens de totstandbrenging van een werk voordoen als veranderingen die nadien plaatsvinden, met name tijdens het beheer van dat werk, voor zover zij zich voordoen binnen de in die bepaling vastgestelde termijn van vijf jaar.
2)
Artikel 30, lid 4, van verordening nr. 1260/1999 moet aldus worden uitgelegd dat, om te kunnen beoordelen of de toekenning van een concessie geen aanzienlijke opbrengsten voor de concessieverlener of onrechtmatige voordelen voor de concessiehouder oplevert, niet eerst hoeft te worden nagegaan of het werk waarvoor de concessie is verleend, een belangrijke verandering heeft ondergaan.
3)
Artikel 30, lid 4, van verordening nr. 1260/1999 moet aldus worden uitgelegd dat die bepaling zowel ziet op het geval waarin een werk fysieke veranderingen ondergaat, waardoor het tot stand gebrachte werk niet overeenstemt met het werk zoals dat in het gefinancierde project is beschreven, als op het geval waarin een werk functionele veranderingen ondergaat, met dien verstande dat een verandering bestaande in het gebruik van een werk voor andere activiteiten dan oorspronkelijk in het gefinancierde project was vermeld, de geschiktheid van de betrokken verrichting om het aanvankelijk beoogde doel te bereiken, aanzienlijk moet verminderen.
4)
In omstandigheden als die van het hoofdgeding staat het Unierecht niet eraan in de weg dat een concessie voor openbare diensten met betrekking tot een werk zonder aanbesteding wordt gegund, mits die gunning voldoet aan het transparantiebeginsel, waarvan de inachtneming, zonder noodzakelijkerwijs te impliceren dat een aanbestedingsprocedure moet worden uitgeschreven, een onderneming die is gevestigd in een andere lidstaat dan die van de concessieverlenende instantie, in staat moet stellen toegang te krijgen tot alle relevante informatie betreffende die concessie vóór de toewijzing ervan, zodat die onderneming, indien zij dat had gewild, haar interesse voor die concessie had kunnen tonen. Het staat aan de verwijzende rechter na te gaan of dat het geval is.
(1) PB C 295 van 29.9.2012.
Full & Egal Universal Law Academy