14.12.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 367/19
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 24 oktober 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Hamburg — Duitsland) — Metropol Spielstätten Unternehmergesellschaft (haftungsbeschränkt)/Finanzamt Hamburg-Bergedorf
(Zaak C-440/12) (1)
(Fiscale bepalingen - Btw - Kans- of geldspelen - Regeling van lidstaat die exploitatie van speelautomaten met geringe prijzen cumulatief aan btw en bijzondere belasting onderwerpt - Toelaatbaarheid - Maatstaf van heffing - Mogelijkheid voor belastingplichtige om btw af te wentelen)
2013/C 367/33
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Hamburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Metropol Spielstätten Unternehmergesellschaft (haftungsbeschränkt)
Verwerende partij: Finanzamt Hamburg-Bergedorf
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Hamburg — Uitlegging van de artikelen 1, lid 2, eerste volzin, 73, 135, lid 1, sub i, en 401, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Belasting van kans- of geldspelen — Regeling van een lidstaat die de exploitatie van speelautomaten met geringe prijzen cumulatief aan btw en een bijzondere belasting onderwerpt
Dictum
1)
Artikel 401 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, juncto artikel 135, lid 1, sub i, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat de belasting over de toegevoegde waarde en een nationale bijzondere belasting op kansspelen cumulatief mogen worden geheven, mits deze laatste belasting niet het karakter van een omzetbelasting bezit.
2)
De artikelen 1, lid 2, eerste volzin, en 73 van richtlijn 2006/112 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale bepaling of praktijk op grond waarvan bij de exploitatie van speelautomaten waarmee geld kan worden gewonnen de kasontvangsten van een bepaalde periode worden gehanteerd als maatstaf van heffing.
3)
Artikel 1, lid 2, van richtlijn 2006/112 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling van een niet-geharmoniseerde belasting op grond waarvan de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde volledig op deze eerste belasting in mindering wordt gebracht.
(1) PB C 389 van 15.12.2012.
Full & Egal Universal Law Academy