15.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 198/2
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 16 april 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — W. P. Willems/Burgemeester van Nuth (C-446/12), H. J. Kooistra/Burgemeester van Skarsterlân (C-447/12), M. Roest/Burgemeester van Amsterdam (C-448/12), L. J. A. van Luijk/Burgemeester van Den Haag (C-449/12)
(Gevoegde zaken C-446/12 tot en met C-449/12) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Biometrisch paspoort - Biometrische gegevens - Verordening (EG) nr. 2252/2004 - Artikel 1, lid 3 - Artikel 4, lid 3 - Gebruik van gegevens die worden verzameld voor andere doeleinden dan de afgifte van paspoorten of reisdocumenten - Opzetten en gebruiken van gegevensbanken die biometrische gegevens bevatten - Wettelijke waarborgen - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 7 en 8 - Richtlijn 95/46/EG - Artikelen 6 en 7 - Recht op eerbiediging van het privéleven - Recht op bescherming van persoonsgegevens - Toepassing op identiteitskaarten])
(2015/C 198/02)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: W. P. Willems (C-446/12), H. J. Kooistra (C-447/12) M. Roest (C-448/12), L. J. A. van Luijk (C–449/12)
Verwerende partijen: Burgemeester van Nuth (C-446/12), Burgemeester van Skarsterlân (C-447/12), Burgemeester van Amsterdam (C-448/12), Burgemeester van Den Haag (C-449/12)
Dictum
1)
Artikel 1, lid 3, van verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 444/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009, moet aldus worden uitgelegd dat deze verordening niet van toepassing is op door een lidstaat aan zijn onderdanen afgegeven identiteitskaarten, zoals de Nederlandse identiteitskaarten, ongeacht zowel de geldigheidsduur ervan als de mogelijkheid ze te gebruiken bij reizen buiten die staat.
2)
Artikel 4, lid 3, van verordening nr. 2252/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 444/2009, moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten op grond van deze bepaling niet wettelijk hoeven te waarborgen dat de op grond van deze verordening verzamelde en opgeslagen biometrische gegevens niet voor andere doeleinden zullen worden verzameld, verwerkt en gebruikt dan voor de afgifte van het paspoort of het reisdocument, daar dat aspect niet onder het toepassingsgebied van die verordening valt.
(1) PB C 26 van 26.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy