22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/19
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 19 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Krefeld — Duitsland) — Nipponkoa Insurance Co (Europe) Ltd/Inter-Zuid Transport BV
(Zaak C-452/12) (1)
(Justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikelen 27, 33 en 71 - Aanhangigheid - Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen - Verdrag betreffende overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) - Artikel 31, lid 2 - Samenloopregelingen - Regresvordering - Vordering tot verkrijging van een negatieve verklaring voor recht - Negatief declaratoir vonnis)
2014/C 52/32
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Krefeld
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: NIPPONKOA Insurance Co (Europe) Ltd
Verwerende partij: Inter-Zuid Transport BV
In tegenwoordigheid van: DTC Surhuisterveen BV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landgericht Krefeld — Uitlegging van de artikelen 27 en 71 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I) (PB 2001, L 12, blz. 1) — Verband met het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) — Samenloopregelingen — Litispendentie — Verplichting om artikel 31, lid 2, CMR uit te leggen in het licht van artikel 27 van de Brussel I-verordening — Verband tussen de schadevordering van de verzender of ontvanger en de vordering van de vervoerder tot vaststelling dat hij niet aansprakelijk is voor de schade, althans dat hij slechts aansprakelijk is tot een bepaald bedrag („vordering tot verkrijging van een negatieve verklaring voor recht”)
Dictum
1)
Artikel 71 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een verdrag wordt uitgelegd op een manier die de eerbiediging van de doelstellingen en beginselen die aan deze verordening ten grondslag liggen, niet waarborgt onder ten minste even gunstige voorwaarden als die waarin deze verordening voorziet.
2)
Artikel 71 van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een uitlegging van artikel 31, lid 2, van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, ondertekend te Genève op 19 mei 1956, zoals gewijzigd bij het protocol van Genève van 5 juli 1978, volgens welke een vordering tot verkrijging van een negatieve verklaring voor recht of een negatief declaratoir vonnis in een lidstaat niet hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust als een regresvordering die in een andere lidstaat naar aanleiding van dezelfde schade is ingesteld tussen dezelfde partijen of hun rechtsopvolgers.
(1) PB C 26 van 26.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy