25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/4
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch — Nederland) — Granton Advertising BV/Inspecteur van de Belastingdienst Haaglanden/kantoor Den Haag
(Zaak C-461/12) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Zesde btw-richtlijn - Vrijstellingen - Artikel 13, B, sub d, punten 3 en 5 - Begrippen „andere waardepapieren” en „andere handelspapieren” - Verkoopbevorderingssysteem - Kortingkaart - Maatstaf van heffing))
2014/C 282/05
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Granton Advertising BV
Verwerende partij: Inspecteur van de Belastingdienst Haaglanden/kantoor Den Haag
Dictum
Artikel 13, B, sub d, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat de verkoop van een kortingkaart als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, geen handeling betreffende „andere waardepapieren” of „andere handelspapieren” vormt in de zin van punt 5 respectievelijk punt 3 van deze bepaling, die ziet op een aantal handelingen die de lidstaten moeten vrijstellen van belasting over de toegevoegde waarde.
(1) PB C 9 van 12.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy