5.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 135/8
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 13 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret — Denemarken) — ATP Pension Service A/S/Skatteministeriet
(Zaak C-464/12) (1)
((Zesde btw-richtlijn - Vrijstellingen - Artikel 13, B, sub d, punten 3 en 6 - Gemeenschappelijke beleggingsfondsen - Bedrijfspensioenregelingen - Beheer - Handelingen betreffende deposito’s, rekening-courantverkeer, betalingen, overmakingen))
2014/C 135/08
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ATP Pension Service A/S
Verwerende partij: Skatteministerium
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Østre Landsret — Uitlegging van artikel 13, B, sub d, punten 3 en 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Vrijstellingen voor handelingen betreffende deposito’s, rekening-courantverkeer en voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen — Diensten betreffende stortingen in een pensioenfonds
Dictum
1)
Artikel 13, B, sub d, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat pensioenfondsen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, onder deze bepaling kunnen vallen wanneer zij worden gefinancierd door de pensioenontvangers, het spaargeld wordt belegd volgens het beginsel van risicospreiding en het beleggingsrisico wordt gedragen door de leden van het pensioenfonds. In dit opzicht is van weinig belang dat de bijdragen door de werkgever worden gestort, het bedrag ervan is vastgelegd in collectieve overeenkomsten tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden, het spaargeld op diverse financiële wijzen kan worden terugbetaald, de bijdragen volgens de regels inzake de inkomstenbelasting aftrekbaar zijn of een ondergeschikt verzekeringselement eraan kan worden toegevoegd.
2)
Artikel 13, B, sub d, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen” in de zin van deze bepaling diensten omvat waarmee een instelling de rechten van de leden van pensioenfondsen materialiseert door accounts aan te maken en de gestorte bijdragen op hun account in het systeem van de pensioenregelingen te boeken. Dit begrip ziet mede op diensten in verband met de boekhouding en de verstrekking van informatie over de rekeningen, die worden bedoeld in bijlage II bij richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s), zoals gewijzigd bij richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002.
3)
Artikel 13, B, sub d, punt 3, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat de in deze bepaling voorziene vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde voor handelingen betreffende betalingen en overmakingen van toepassing is op diensten waarmee een instelling de rechten van de leden van een pensioenfonds materialiseert doordat voor deze leden een account in het systeem van de pensioenregelingen wordt aangemaakt en de bijdragen van deze leden op hun account worden geboekt, alsmede op handelingen die aan deze diensten ondergeschikt zijn of samen met deze diensten één enkele economische prestatie vormen.
(1) PB C 9 van 12.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy