12.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 7/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 5 november 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Österreichischer Gewerkschaftsbund/Verband Österreichischer Banken und Bankiers
(Zaak C-476/12) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Kaderovereenkomst inzake deeltijdarbeid - Discriminatieverbod - Collectieve arbeidsovereenkomst die voorziet in een kindertoelage - Berekening van de kindertoelage ten voordele van deeltijdwerkers volgens het pro-rata-temporisbeginsel))
(2015/C 007/02)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Österreichischer Gewerkschaftsbund
Verwerende partij: Verband Österreichischer Banken und Bankiers
Dictum
Clausule 4 van de kaderovereenkomst inzake deeltijdarbeid, gesloten op 6 juni 1997, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/23/EG van de Raad van 7 april 1998, moet aldus worden uitgelegd dat het pro-rata-temporisbeginsel van toepassing is op de berekening van het bedrag van een kindertoelage die wordt uitgekeerd door de werkgever van een deeltijdwerker en die is opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst zoals die welke van toepassing is op de werknemers van de Oostenrijkse banken en bankiers.
(1) PB C 32 van 2.2.2013.
Full & Egal Universal Law Academy