11.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/14
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 14 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Feldkirch — Oostenrijk) — Armin Maletic, Marianne Maletic/ GmbH, TUI Österreich GmbH
(Zaak C-478/12) (1)
(Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 16, sub 1 - Reisovereenkomst gesloten tussen in lidstaat woonachtige consument en in andere lidstaat gevestigd reisbureau - In lidstaat waar consument woonachtig is gevestigde dienstverrichter waarvan reisbureau gebruik maakt - Recht van consument om bij rechtbank van zijn woonplaats rechtsvordering in te stellen tegen beide ondernemingen)
2014/C 9/20
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landesgericht Feldkirch
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Armin Maletic, Marianne Maletic
Verwerende partijen: GmbH, TUI Österreich GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landesgericht Feldkirch — Uitlegging van artikel 16, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1) — Bevoegdheid op het gebied van consumentenovereenkomsten — Tussen een consument en een onderneming gesloten overeenkomst over een pakketreis — Situatie waarin de onderneming haar zetel in een andere lidstaat heeft dan de consument en voor de uitvoering van die overeenkomst gebruik maakt van een onderneming waarvan de zetel zich in de lidstaat van de consument bevindt — Eventueel recht van consument om bij het gerecht van zijn woonplaats een rechtsvordering in te stellen tegen deze twee ondernemingen
Dictum
Het begrip „wederpartij bij de overeenkomst” in artikel 16, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat het, in omstandigheden als die van het hoofdgeding, ook betrekking heeft op de in de woonstaat van de consument gevestigde contractpartner van de marktdeelnemer waarmee deze consument het desbetreffende contract heeft gesloten.
(1) PB C 26 van 26.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy