26.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 159/7
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 3 april 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas — Litouwen) — „4finance” UAB/Valstybinė vartotojų teisių apsaugos tarnyba, Valstybinė mokesčių inspekcija prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos
(Zaak C-515/12) (1)
((Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Piramidesysteem - Relevantie van eventuele betaling door consumenten ter verkrijging van vergoeding - Uitlegging van begrip „betaling”))
2014/C 159/08
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij:„4finance” UAB
Verwerende partijen: Valstybinė vartotojų teisių apsaugos tarnyba, Valstybinė mokesčių inspekcija prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas — Uitlegging van punt 14 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149, blz. 22) — Piramidesysteem waardoor een consument, na storting van een symbolisch bedrag, een vergoeding kan ontvangen die eerder voortkomt uit de toetreding van andere consumenten dan uit de verkoop of het verbruik van goederen — Invloed van de hoogte van de betaling op de kwalificatie van het systeem als een piramidesysteem — Belang van het aandeel van de financiering van de vergoedingen door de betalingen van nieuwe consumenten — Vereiste dat deze vergoeding geheel of grotendeels is gefinancierd door de betalingen van nieuwe leden
Dictum
Punt 14 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) moet aldus worden uitgelegd dat een piramidesysteem slechts dan een in alle omstandigheden oneerlijke handelspraktijk vormt wanneer van de consument een betaling wordt verlangd, ongeacht het bedrag ervan, in ruil voor de mogelijkheid voor deze laatste om een vergoeding te ontvangen die eerder voortkomt uit de toetreding van andere consumenten tot het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van goederen.
(1) PB C 26 van 26.1.2013.
Full & Egal Universal Law Academy