25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 19 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret — Denemarken) — TDC A/S/Teleklagenævnet
(Zaak C-556/12) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Elektronischecommunicatienetwerken en -diensten - Richtlijn 2002/19/EG - Artikel 2, sub a - Toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten - Artikelen 5, 8, 12 en 13 - Bevoegdheid van nationale regelgevende instanties - Verplichting betreffende toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten - Onderneming met aanmerkelijke macht op specifieke markt - Bijzondere aftakking tot aansluiting tussen verdeelpunt in toegangsnetwerk en netwerkaansluitpunt bij eindgebruiker - Evenredigheid van verplichting om te voldoen aan redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten - Richtlijn 2002/21/EG - Artikel 8 - Algemene doelstellingen voor taken van nationale regelgevende instanties))
2014/C 282/09
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: TDC A/S
Verwerende partij: Teleklagenævnet
Dictum
1)
De artikelen 2, sub a, 8 en 12 van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, moeten aldus worden uitgelegd dat de nationale regelgevende instantie bevoegd is om een elektronischecommunicatie-exploitant met een aanmerkelijke macht op een specifieke markt krachtens de verplichting om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, een verplichting tot aanleg op verzoek van concurrerende exploitanten van een bijzondere aftakking van niet meer dan 30 meter lang tussen het verdeelpunt in een toegangsnetwerk en het netwerkaansluitpunt bij de eindgebruiker op te leggen, wanneer deze verplichting is gebaseerd op de aard van het geconstateerde probleem en in het licht van de doelstellingen van artikel 8, lid 1, van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/140, proportioneel en gerechtvaardigd is, wat de verwijzende rechter dient na te gaan.
2)
De artikelen 8 en 12 van richtlijn 2002/19, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/140 juncto artikel 13 ervan, moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale regelgevende instantie die voornemens is een elektronischecommunicatie-exploitant met een aanmerkelijke macht op een specifieke markt ertoe te verplichten om bijzondere aftakkingen tot aansluiting van de eindgebruiker op het netwerk aan te leggen, rekening moet houden met de initiële investering van de betrokken exploitant en met een bestaande prijscontrole waarmee de installatiekosten kunnen worden terugverdiend.
(1) PB C 38 van 9.2.2013.
Full & Egal Universal Law Academy