19.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 151/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d’instance d’Orléans — Frankrijk) — LCL Le Crédit Lyonnais, SA/Fesih Kalhan
(Zaak C-565/12) (1)
((Bescherming van consument - Kredietovereenkomsten voor consumenten - Richtlijn 2008/48/EG - Artikelen 8 en 23 - Precontractuele verplichting van kredietgever om kredietwaardigheid van kredietnemer te beoordelen - Nationale bepaling die verplicht om gegevensbestand te raadplegen - Verlies van recht op conventionele rente bij schending van deze verplichting - Doeltreffende, evenredige en afschrikkende werking van sanctie))
2014/C 151/04
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal d’instance d’Orléans
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: LCL Le Crédit Lyonnais, SA
Verwerende partij: Fesih Kalhan
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal d’instance d’Orléans — Uitlegging van artikel 23 van richtlijn 2008/48/EG van het Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB L 133, blz. 66) in het licht van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29) — Verplichting van de kredietinstelling om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te beoordelen — Vereiste van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties in geval van niet-nakoming van deze verplichting door de kredietgever — Verlies van het recht op contractuele rente — Toelaatbaarheid van het behoud ten gunste van de kredietgever van de wettelijke rente die van rechtswege opeisbaar is tegen een verhoogde wettelijke rentevoet
Dictum
Artikel 23 van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale sanctieregeling op basis waarvan een kredietgever die niet voldoet aan zijn precontractuele verplichting om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te beoordelen aan de hand van het desbetreffende gegevensbestand, zijn recht op conventionele rente verliest, maar van rechtswege recht heeft op rente tegen de wettelijke rentevoet, die opeisbaar wordt vanaf de uitspraak van een rechterlijke beslissing waarbij de kredietnemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van de uitstaande schuld, en die bovendien wordt verhoogd met vijf punten indien deze zijn schuld niet binnen een termijn van twee maanden vanaf de uitspraak heeft afgelost, wanneer de verwijzende rechter vaststelt dat de bedragen die de kredietgever effectief kan ontvangen na toepassing van deze sanctie, in een geval zoals dat van het hoofdgeding, waarin het kapitaal van de uitstaande lening wegens de tekortkoming van de kredietnemer onmiddellijk opeisbaar is, niet beduidend lager zijn dan de bedragen waarop hij recht zou hebben indien hij deze verplichting wel was nagekomen.
(1) PB C 38 van 9.2.2013.
Full & Egal Universal Law Academy