23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/36
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 september 2013 — Europese Commissie/Guido Strack
(Zaak C-579/12 RX II) (1)
(Heroverweging van arrest van Gerecht in zaak T-268/11 P - Openbare dienst - Besluit van Commissie waarbij overdracht is geweigerd van jaarlijkse vakantiedagen met behoud van loon die ambtenaar wegens langdurige ziekte gedurende referentieperiode niet heeft kunnen opnemen - Artikel 1 sexies, lid 2, Statuut van ambtenaren van Europese Unie - Artikel 4 van bijlage V bij Statuut - Richtlijn 2003/88/EG - Artikel 7 - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Beginsel van sociaal recht van Unie - Artikel 31, lid 2, Handvest van grondrechten van Europese Unie - Aantasting van eenheid en samenhang van recht van Unie)
2013/C 344/63
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie
Verwerende partij: Guido Strack
Voorwerp
Heroverweging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 8 november 2012, Commissie/Strack (T-268/11 P)
Dictum
1)
Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Kamer voor hogere voorzieningen) van 8 november 2012, Commissie/Strack (T-268/11 P), tast de eenheid en de samenhang van het recht van de Unie aan, doordat het Gerecht als rechter in hogere voorziening, in strijd met het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon als beginsel van het sociaal recht van de Unie, dat eveneens uitdrukkelijk is neergelegd in artikel 31, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met name voorwerp is van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, zoals uitgelegd door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie:
—
artikel 1 sexies, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie aldus heeft uitgelegd dat het geen betrekking heeft op de minimumvoorschriften betreffende de organisatie van de arbeidstijd bedoeld in richtlijn 2003/88 en, met name, op het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon, en,
—
artikel 4 van bijlage V bij dit Statuut vervolgens aldus heeft uitgelegd dat het recht op overdracht van meer jaarlijks vakantieverlof dan bij die bepaling is vastgesteld, slechts kan worden toegekend in geval van een verhindering die verband houdt met de werkzaamheden van de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie.
2)
Dat arrest van het Gerecht van de Europese Unie wordt vernietigd.
3)
De hogere voorziening van de Europese Commissie tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie van 15 maart 2011, Strack/Commissie (F-120/07), wordt afgewezen.
4)
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten van Strack in verband met zowel de heroverwegingsprocedure als de procedure voor het Gerecht van de Europese Unie.
5)
De Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie dragen hun eigen kosten in verband met de heroverwegingsprocedure.
6)
De Europese Commissie draagt haar eigen kosten in verband met de procedure voor het Gerecht van de Europese Unie.
(1) PB C 71 van 9.3.2013.
Full & Egal Universal Law Academy