28.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 6 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio — Italië) — Loredana Napoli/Ministero della Giustizia — Dipartimento Amministrazione Penitenziaria
(Zaak C-595/12) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 2006/54/EG - Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep - Opleiding ter verkrijging van statuut van ambtenaar - Uitsluiting wegens langdurige afwezigheid - Afwezigheid als gevolg van zwangerschaps- en bevallingsverlof))
2014/C 129/05
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Loredana Napoli
Verwerende partij: Ministero della Giustizia — Dipartimento Amministrazione Penitenziaria
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio — Uitlegging van de artikelen 2, lid 2, sub c, 14, lid 2, en 15 van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204, blz. 23) — Rechtstreekse werking — Opleiding ter verkrijging van het statuut van ambtenaar — Nationale regeling op grond waarvan een deelnemer bij gerechtvaardigde afwezigheid van meer dan 30 achtereenvolgende dagen van deelname aan de opleiding wordt uitgesloten en wordt ingeschreven voor de volgende opleiding — Afwezigheid als gevolg van zwangerschapsverlof
Dictum
1)
Artikel 15 van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die om redenen van openbaar belang een vrouw met zwangerschaps- en bevallingsverlof uitsluit van een beroepsopleiding die een integrerend onderdeel van haar betrekking is en die deze vrouw moet volgen om aanspraak te kunnen maken op een definitieve aanstelling als ambtenaar en te profiteren van een verbetering van haar arbeidsvoorwaarden, doch haar tegelijkertijd waarborgt dat zij mag deelnemen aan de eerstvolgende opleiding, waarvan de datum echter onzeker is.
2)
Artikel 14, lid 2, van richtlijn 2006/54 is niet van toepassing op een wettelijke regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die een bepaalde activiteit niet aan mannelijke werknemers voorbehoudt, maar voor werkneemsters die wegens verplicht zwangerschaps- en bevallingsverlof een beroepsopleiding niet volledig hebben kunnen volgen, de toegang tot die activiteit vertraagt.
3)
De bepalingen van de artikelen 14, lid 1, sub c, en 15 van richtlijn 2006/54 zijn voldoende duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk om rechtstreekse werking te kunnen hebben.
(1) PB C 86 van 23.3.2013.
Full & Egal Universal Law Academy