6.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 303/9
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 13 juni 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Landesgericht Salzburg — Oostenrijk) — GREP GmbH/Freitstaat Bayern
(Zaak C-156/12) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering - Handvest van Grondrechten van Europese Unie - Artikelen 47 en 51, lid 1 - Uitvoering van Unierecht - Beroep tegen verklaring van uitvoerbaarheid van in andere lidstaat gegeven beslissing tot beslaglegging - Effectieve rechterlijke bescherming - Recht op toegang tot rechter - Rechtsbijstand - Nationale regeling waarbij rechtsbijstand aan rechtspersonen wordt geweigerd)
2012/C 303/19
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landesgericht Salzburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: GREP GmbH
Verwerende partij: Freitstaat Bayern
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landesgericht Salzburg — Uitlegging van artikel 51, lid 1, eerste volzin, en van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsmede, subsidiair, van artikel 43, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1) en van artikel 6, lid 1, van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden — Werkingssfeer van het Handvest van de grondrechten — Procedure voor de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing — Recht op rechtsbijstand — Toelaatbaarheid van een nationale regeling die weigert dit recht toe te kennen aan rechtpersonen
Dictum
Een beroep dat wordt ingesteld ingevolge artikel 43 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, teneinde op te komen tegen een verklaring van uitvoerbaarheid van een beslissing tot beslaglegging overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 42 van die verordening en waarbij conservatoir beslag wordt gelast, vormt een tenuitvoerlegging van het Unierecht in de zin van artikel 51 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Het in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde beginsel van effectieve rechterlijke bescherming kan het recht op vrijstelling van de betaling van gerechtskosten en/of van kosten van bijstand door een advocaat in het kader van een dergelijk beroep omvatten.
De nationale rechter dient evenwel na te gaan of de voorwaarden voor verlening van dergelijke bijstand een beperking van het recht op toegang tot de rechter vormen die dit recht in zijn kern aantast, of met die voorwaarden een legitiem doel wordt nagestreefd en of er een redelijke verhouding bestaat tussen de gebruikte middelen en het beoogde doel.
In het kader van deze beoordeling kan de nationale rechter het voorwerp van het geschil, de redelijke kans van slagen van de verzoeker, het belang dat voor deze op het spel staat, de complexiteit van het toepasselijke recht en van de toepasselijke procedure, alsmede het vermogen van de verzoeker zijn verdediging daadwerkelijk op zich te nemen, in zijn overwegingen betrekken. Voor de evenredigheidsbeoordeling kan de nationale rechter voorts rekening houden met de hoogte van de proceskosten die moeten worden voorgeschoten en met het antwoord op de vraag of deze een onoverkomelijk obstakel voor de toegang tot de rechter vormen
Wat meer in het bijzonder rechtspersonen betreft, kan de nationale rechter rekening houden met de situatie waarin deze zich bevinden. Zo kan hij met name de vorm van de betrokken rechtspersoon, het antwoord op de vraag of deze rechtspersoon een winstoogmerk heeft, alsmede de financiële draagkracht van de vennoten of aandeelhouders ervan en de mogelijkheid voor deze vennoten of aandeelhouders om de voor de indiening van de vordering in rechte noodzakelijke bedragen te verkrijgen, in zijn overwegingen betrekken.
(1) PB C 194 van 30.6.2012.
Full & Egal Universal Law Academy