3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/50
Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 13 juni 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeitsgericht Nienburg — Duitsland) — Bianca Brandes/Land Niedersachsen
(Zaak C-415/12) (1)
(Sociale politiek - Richtlijn 2003/88/EG - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid - Voltijdwerker die tijdens referentieperiode zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon niet kon genieten - Overgang door deze werknemer naar deeltijdregeling - Nationale bepaling of nationaal gebruik waarbij aantal aldus eerder opgebouwde vakantiedagen met behoud van loon wordt verminderd naar evenredigheid van aantal werkdagen per week in deeltijdarbeid)
2013/C 225/89
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Arbeitsgericht Nienburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bianca Brandes
Verwerende partij: Land Niedersachsen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Arbeitsgericht Nienburg — Uitlegging van clausule 4, punten 1 en 2, van de bijlage bij richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzak deeltijdarbeid (PB L 14, blz. 9), zoals gewijzigd bij richtlijn 98/23/EG van de Raad van 7 april 1998 (PB L 131, blz. 10) — Werknemer die van voltijdarbeid naar deeltijdarbeid overstapt — Regeling van een lidstaat volgens welke in een dergelijk geval het recht op jaarlijkse vakantie dat op grond van de voltijdarbeid is verworven, maar nog niet volledig is gebruikt, evenredig wordt aangepast, met als gevolg een vermindering van het aantal vakantiedagen
Dictum
Het relevante Unierecht, met name artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, en clausule 4, punt 2, van de op 6 juni 1997 gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid, die als bijlage is gehecht bij richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/23/EG van de Raad van 7 april 1998, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen nationale bepalingen of een nationaal gebruik als in het hoofdgeding, waarbij het aantal dagen jaarlijkse vakantie met behoud van loon dat een voltijdwerker in de referentieperiode niet heeft kunnen opnemen, wegens de overgang van deze werknemer naar een deeltijdregeling wordt verminderd naar evenredigheid van het verschil tussen het aantal door deze werknemer vóór en na deze overgang naar deeltijdarbeid wekelijks gewerkte dagen
(1) PB C 366 van 24.11.2012.
Full & Egal Universal Law Academy