3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/52
Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 8 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale de Pordenone — Italië) — Strafzaak tegen Fidenato Giorgio
(Zaak C-542/12) (1)
(Artikel 99 van Reglement voor de procesvoering - Richtlijn 2002/53/EG - Gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen - In gemeenschappelijke rassenlijst opgenomen genetisch gemodificeerde organismen (GGO) - Verordening (EG) nr. 1829/2003 - Artikel 20 - Bestaande producten - Richtlijn 2001/18/EG - Artikel 26 bis - Maatregelen om onbedoelde aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen te voorkomen)
2013/C 225/93
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale de Pordenone
Partij in de strafzaak
Fidenato Giorgio
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale di Pordenone — Uitlegging van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106, blz. 1) — Nationale wettelijke regeling die vereist dat voor de teelt van ggo’s die reeds zijn ingeschreven in de gemeenschappelijke rassenlijst, een toestemmingsprocedure wordt gevolgd met het doel de onbedoelde aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismes in andere gewassen te voorkomen (beginsel van co-existentie)
Dictum
Het Unierecht moet worden uitgelegd in die zin dat de teelt van genetisch gemodificeerde organismen zoals MON 810-maïsrassen niet kan afhankelijk worden gesteld van een nationale toelatingsprocedure, wanneer het gebruik van en de handel in deze rassen op grond van artikel 20 van verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders zijn toegestaan en deze rassen zijn opgenomen in de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen die is vastgesteld bij richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1829/2003. Artikel 26 bis van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008, moet worden uitgelegd in die zin dat een lidstaat niet kan bepalen dat geen genetisch gemodificeerde organismen op zijn grondgebied mogen worden geteeld zolang geen co-existentiemaatregelen zijn getroffen om de onbedoelde aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen in andere gewassen te voorkomen.
(1) PB C 63 van 2.3.2013.
Full & Egal Universal Law Academy