7.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 102/5
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 21 november 2013 — Kuwait Petroleum Corp., Kuwait Petroleum International Ltd, Kuwait Petroleum (Nederland) BV/Europese Commissie
(Zaak C-581/12 P) (1)
((Hogere voorziening - Mededingingsregelingen - Nederlandse markt van wegenbouwbitumen - Vaststelling van brutoprijs van wegenbouwbitumen - Vaststelling van korting voor wegenbouwers - Mededeling inzake medewerking van 2002 - Punt 23, sub b, laatste alinea - Gedeeltelijke immuniteit - Bewijsmateriaal dat betrekking heeft op feiten die de Europese Commissie niet eerder bekend waren - Kennelijk niet-ontvankelijke of kennelijk ongegronde hogere voorziening))
2014/C 102/06
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Kuwait Petroleum Corp., Kuwait Petroleum International Ltd, Kuwait Petroleum (Nederland) BV (vertegenwoordigers: D. Hull, solicitor, en G. Berrisch, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Ronkes Agerbeek en P. Van Nuffel, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 27 september 2012, Kuwait Petroleum e.a./Commissie (T-370/06), houdende verwerping van een beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2006) 4090 def. van de Commissie van 13 september 2006 inzake een procedure op grond van artikel 81 EG (Zaak nr. COMP/38.456 — Bitumen — NL), die betrekking had op overeenkomsten inzake de vaststelling van de brutoprijs van wegenbouwbitumen in Nederland en de vaststelling van een minimale standaardkorting voor de bij het kartel betrokken wegenbouwers en een lagere maximale korting voor de overige wegenbouwers — Verlaging van de aan verzoeksters opgelegde geldboete
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Kuwait Petroleum Corp., Kuwait Petroleum International Ltd en Kuwait Petroleum (Nederland) BV worden verwezen in de kosten.
(1) PB C 55 van 23.2.2013.
Full & Egal Universal Law Academy