31.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 3 januari 2012 — Trianon Productie BV, andere partij Revillon Chocolatier SAS
(Zaak C-2/12)
2012/C 98/15
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Trianon Productie BV
Verweerster: Revillon Chocolatier SAS
Prejuiciële vragen
1)
Gaat het bij de weigerings- of nietigheidsgrond van artikel 3, lid 1, aanhef en onder e iii), van richtlijn 89/104/EEG (1), zoals gecodificeerd in richtlijn 2008/95 (2), te weten dat (vorm)merken niet uitsluitend mogen bestaan uit een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, om het motief (of de motieven) van de aankoopbeslissing van het in aanmerking komende publiek?
2)
Is van „een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft” in de zin van evenbedoeld voorschrift
a)
slechts sprake indien die vorm moet worden aangemerkt als de voornaamste of overheersende waarde in vergelijking tot andere waarden (zoals bij voedingswaren het geval is met smaak en substantie), of
b)
kan daarvan ook sprake zijn, indien naast die voornaamste of overheersende waarde ook andere, eveneens als wezenlijk aan te merken waarden van die waar bestaan?
3)
Is voor de beantwoording van vraag 2) beslissend de opvatting van de meerderheid van het in aanmerking komende publiek, of kan de rechter oordelen dat reeds de opvatting van een deel van het publiek volstaat om de betrokken waarde als „wezenlijk” in de zin van voormelde bepaling aan te merken?
4)
Indien het antwoord op vraag 3) luidt in laatstbedoelde zin, welke eis dient dan aan de omvang van het betrokken deel van het publiek te worden gesteld?
(1) Eerste richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 1989, L 40, blz. 1).
(2) PB L 299, blz. 25.
Full & Egal Universal Law Academy