24.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 89/13
Hogere voorziening ingesteld op 13 januari 2012 door Dashiqiao Sanqiang Refractory Materials Co. Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 16 december 2011 in zaak T-423/09, Dashiqiao Sanqiang Refractory Materials/Raad
(Zaak C-15/12 P)
2012/C 89/21
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Dashiqiao Sanqiang Refractory Materials Co. Ltd (vertegenwoordigers: J.-F. Bellis en R. Luff, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie, Europese Commissie
Conclusies
—
de onderhavige hogere voorziening ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 16 december 2011 in zaak T-423/09, Dashiqiao Sanqiang Refractory Materials/Raad, vernietigen en uitspraak doen over het betrokken geschil;
—
het in eerste aanleg gevorderde toewijzen en het bij verordening (EG) nr. 826/2009 van de Raad van 7 september 2009 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1659/2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van magnesiabriketten uit de Volksrepubliek China (1) aan verzoekster opgelegde antidumpingrecht nietig verklaren, voor zover het daarbij vastgestelde antidumpingrecht het recht overschrijdt dat van toepassing was geweest indien het was vastgesteld op basis van de in het oorspronkelijke onderzoek toegepaste methode om rekening te houden met de niet-terugbetaling van de Chinese btw bij uitvoer overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening (2);
—
de Raad verwijzen in de kosten van de twee instanties.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster baseert haar hogere voorziening op drie middelen, die zijn gericht tegen de afwijzing door het Gerecht van haar tweede middel tot nietigverklaring betreffende schending door de Raad en de Commissie van artikel 11, lid 9, van de basisantidumpingverordening.
Het eerste middel van rekwirante stelt een onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht doordat het Gerecht weigerde zich uit te spreken over de vraag welke methode van vergelijking van de uitvoerprijs en de normale waarde in het oorspronkelijke onderzoek was toegepast, en dus niet geldig tot de conclusie kon komen dat er in de procedure van nieuw onderzoek geen „wijziging van methode” in de zin van artikel 11, lid 9, van de basisverordening was geweest. In feite werd de vergelijkingsmethode tussen het oorspronkelijke onderzoek, waarin is vergeleken „exclusief btw” en de procedure van nieuw onderzoek, waarin is vergeleken „inclusief btw”, radicaal gewijzigd. De toepassing van deze laatste methode leidde tot een hogere dumpingmarge dan die welke had gevolgd uit de toepassing van de in het oorspronkelijke onderzoek gebruikte methode.
Het tweede middel van rekwirante stelt een onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht doordat het Gerecht van oordeel is dat de instellingen gehouden zijn de in het oorspronkelijke onderzoek toegepaste methode van vergelijking van de uitvoerprijs en de normale waarde niet meer toe te passen wanneer zij leidt tot een door artikel 2, lid 10, sub b, van de basisverordening niet toegestane aanpassing, waarbij het Gerecht de begrippen „aanpassing” en „vergelijkingsmethode” door elkaar haalt.
Het derde middel van rekwirante stelt een onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht doordat het Gerecht van oordeel is dat het verschil in het percentage van btw-terugaaf bij uitvoer tussen de periode waarover het oorspronkelijke onderzoek en die waarover het nieuwe onderzoek is uitgevoerd, een wijziging van omstandigheden vormt die een wijziging van methode rechtvaardigt, terwijl niet is aangetoond dat dit verschil de in het oorspronkelijke onderzoek gebruikte vergelijkingsmethode ontoepasselijk had gemaakt. Aangezien de uitzondering voor „gewijzigde omstandigheden” strikt moet worden uitgelegd, voldoet de motivering in de punten 62 tot en met 64 van het bestreden arrest duidelijk niet aan dit strenge vereiste.
(1) PB L 240, blz. 7.
(2) Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 56, blz.1).
Full & Egal Universal Law Academy