31.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Krajský súd v Prešove (Slowakije) op 17 januari 2012 — Katarina Hassová/Ratislav Petrík, Blanka Holingová
(Zaak C-22/12)
2012/C 98/22
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Krajský súd v Prešove
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Katarina Hassová
Verwerende partij: Ratislav Petrík, Blanka Holingová
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 1, lid 1, van richtlijn 90/232/EEG van de Raad van 14 mei 1990 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen (1) aanleiding kan geven, juncto artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG (2), aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale bepaling (zoals artikel 4 van wet nr. 381/2001 betreffende de overeenkomst van verplichte verzekering tegen schade waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, en artikel 6 van wet nr. 168/1999 [van de Tsjechische Republiek] betreffende de verzekering tegen de aansprakelijkheid voor de schade waartoe deelneming aan het verkeer van een rijtuig aanleiding kan geven), volgens welke de wettelijke aansprakelijkheid waartoe het gebruik van motorrijtuigen aanleiding kan geven, de in geld uitgedrukte niet-patrimoniale schade van de nagelaten betrekkingen van de slachtoffers van een verkeersongeval ten gevolge van het gebruik van motorrijtuigen niet dekt?
2)
Voor het geval dat op de eerste vraag wordt geantwoord dat bovengenoemde nationale bepaling niet in strijd is met het gemeenschapsrecht, moeten artikel 4, leden 1, 2 en 4, van wet nr. 381/2001 betreffende de overeenkomst van verplichte verzekering tegen schade waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, en artikel 6 van wet nr. 168/1999 [van de Tsjechische Republiek] betreffende de verzekering tegen de aansprakelijkheid voor de schade waartoe deelneming aan het verkeer van een rijtuig aanleiding kan geven, dan aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat de nationale rechter overeenkomstig artikel 1, lid 1, van richtlijn 90/232/EEG van de Raad (omissis), juncto artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG, aan de nagelaten betrekkingen van de slachtoffers van een verkeersongeval ten gevolge van het gebruik van motorrijtuigen, in hun hoedanigheid van gelaedeerden, het recht toekent om voor de niet-patrimoniale schade ook een financiële vergoeding te krijgen?
(1) PB L 129, blz. 133.
(2) Richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 103, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy