17.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 80/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts (Letland) op 17 januari 2012 — Mohamad Zakaria
(Zaak C-23/12)
2012/C 80/18
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Mohamad Zakaria
Prejudiciële vragen
1)
Verleent artikel 13, lid 3, van verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (1) personen het recht om niet alleen beroep in te stellen tegen de weigering van toegang tot het land, maar ook tegen schendingen die zijn begaan bij de totstandkoming van het besluit waarbij de toegang wordt verleend?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, legt de genoemde bepaling, gelet op punt 20 van de considerans en artikel 6, lid 1, van verordening nr. 562/2006 en op artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dan aan de lidstaat de verplichting op om te zorgen voor een effectieve beroepsmogelijkheid bij een rechterlijke instantie?
3)
Indien de eerste vraag bevestigend maar de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord, legt artikel 13, lid 3, van verordening nr. 562/2006, gelet op punt 20 van de considerans en artikel 6, lid 1, van deze verordening en op artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dan aan de lidstaat de verplichting op om te zorgen voor een effectieve beroepsmogelijkheid bij een administratieve instantie die uit institutioneel en functioneel oogpunt dezelfde waarborgen biedt als een rechterlijke instantie?
(1) PB L 105, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy