3.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 65/10
Hogere voorziening ingesteld op 17 januari 2012 door Gino Trevisanato tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 13 december 2011 in zaak T-510/11, Gino Trevisanato/Europese Commissie
(Zaak C-25/12 P)
2012/C 65/20
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirant: Gino Trevisanato (vertegenwoordiger: L. Sulfaro, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 13 december 2011 in zaak T-510/11 volledig vernietigen en het door rekwirant op 29 september 2011 overeenkomstig artikel 265, lid 3, VWEU tegen de Europese Commissie ingestelde beroep tot niet-nakoming ontvankelijk verklaren en verklaren dat het Gerecht bevoegd is om er kennis van te nemen;
—
de hierna uiteengezette middelen ontvankelijk verklaren en bijgevolg, primair, het beroep ten gronde behandelen, uitspraak doen volgens vaste rechtspraak en verweerder verwijzen in de kosten of, subsidiair, het beroep naar het Gerecht verwijzen voor de passende beslissing.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn vordering voert rekwirant drie middelen aan.
Om te beginnen voert rekwirant aan dat de beschikking wordt gekenmerkt door een onjuiste beoordeling van zijn vordering. Rekwirant heeft het Gerecht immers niet verzocht om de vaststelling van het onrechtmatige verzuim van de Commissie om door middel van een met redenen omkleed advies in de zin van artikel 258 VWEU een standpunt in te nemen aangaande de ontoereikende omzetting in de Italiaanse rechtsorde van richtlijn 98/59/EG (1) inzake collectief ontslag, zoals in de beschikking is aangenomen. Hij heeft het Gerecht daarentegen verzocht om het onrechtmatige stilzitten vast te stellen van de Commissie, die bevoegd was voor het opstellen en de kennisgeving aan rekwirant van een rechtens bindend standpunt over de vraag, die vier jaar na de indiening van de klacht in de aanmaning van 11 juli 2001 opnieuw aan de orde was gesteld, of leidinggevend personeel in Italië al dan niet van de bescherming van richtlijn 98/59/EG inzake collectief ontslag kon genieten. De Italiaanse rechterlijke instanties hebben dit recht geweigerd aan rekwirant, die slachtoffer was van een dergelijk ontslag dat door IBM in Italië was doorgevoerd.
Voorts heeft het Gerecht zich ten onrechte onbevoegd verklaard op basis van de beschikking van het Hof van 26 oktober 1995, gevoegde zaken C-194/94 P en C-200/94 P, Pevasa en Inpesca. Deze rechtspraak is in casu niet van toepassing, aangezien de onderhavige zaak wezenlijk verschilt van die welke aanleiding heeft gegeven tot de bedoelde beschikking.
Ten slotte heeft het Gerecht zijn Reglement voor de procesvoering geschonden alsook artikel 47 van het Handvest van de grondrechten door te hebben nagelaten het beroep aan de tegenpartij te betekenen en een samenvatting ervan in het Publicatieblad te publiceren en tevens te hebben nagelaten de advocaat-generaal om een advies te verzoeken.
(1) PB L 225, blz. 16.
Full & Egal Universal Law Academy