31.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/18
Beroep ingesteld op 30 januari 2012 — Europese Commissie/Europees Parlement en Raad van de Europese Unie
(Zaak C-43/12)
2012/C 98/30
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: T. van Rijn en R. Troosters, gemachtigden)
Verwerende partijen: Europees Parlement en Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
richtlijn 2011/82/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (1) nietig verklaren;
—
verklaren dat de gevolgen van richtlijn 2011/82/EU als gehandhaafd moeten worden beschouwd;
—
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Dit beroep strekt tot nietigverklaring van richtlijn 2011/82/EU. De Commissie betwist de juistheid van de rechtsgrondslag. Volgens haar is artikel 87, lid 2, VWEU niet de juiste rechtsgrondslag, aangezien met de richtlijn wordt beoogd een mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten in te stellen dat betrekking heeft op verkeersovertredingen, en dit ongeacht de administratieve of strafrechtelijke aard daarvan. Artikel 87 ziet evenwel alleen op politiële samenwerking tussen de bevoegde diensten die belast zijn met het voorkomen, opsporen en onderzoeken van strafbare feiten. De Commissie is van mening dat de juiste rechtsgrondslag artikel 91, lid 1, VWEU is. De richtlijn is immers gericht op de verbetering van de verkeersveiligheid, een in die bepaling (sub c) uitdrukkelijk vermeld gebied van het gemeenschappelijk vervoerbeleid.
(1) PB L 288, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy