21.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/14
Beroep ingesteld op 7 februari 2012 — Europese Commissie/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-63/12)
2012/C 118/22
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall, J.-P. Keppenne en D. Martin, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
Besluit 2011/866/EU van de Raad van 19 december 2011 betreffende het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen (1) vernietigen;
—
de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie werpt twee grieven op met betrekking tot bijlage XI bij het Ambtenarenstatuut.
De eerste grief betreft de weigering van de Raad, de door de Commissie op 24 november 2011 voorgestelde aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden, in strijd met de daartoe voor een tijdvak van acht jaar, eindigend op 31 december 2012, vastgestelde methode, aan te nemen. Met deze grief voert de Commissie een primair middel aan, ontleend aan misbruik van bevoegdheid en overschrijding van de grenzen van de bevoegdheid van de Raad, en een subsidiair middel, ontleend aan schending van de voorwaarden voor toepassing van artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut. Het primaire middel betreft het feit dat de Raad in werkelijkheid zelf artikel 10 heeft toegepast, maar in strijd met de institutionele voorwaarden. Daarmee heeft de Raad artikel 65 van het Statuut en de artikelen 3 en 10 van bijlage XI bij het Statuut geschonden. Met het subsidiaire middel betoogt de Commissie dat hoe dan ook de voorwaarden ten gronde om artikel 10 toe te passen in 2011 niet vervuld waren, zoals overigens blijkt uit twee economische verslagen die zij de Raad desgevraagd heeft voorgelegd. Ook voert de Commissie aan dat de Raad zijn besluit niet juist heeft gemotiveerd.
De tweede grief betreft de weigering van de Commissie, de op die bezoldigingen en pensioenen op de verschillende werk- en woonplaatsen van de belanghebbenden toe te passen aanpassingscoëfficiënten aan te nemen. Volgens het eerste middel van deze grief is die weigering in strijd met artikel 64 van het Statuut en met de artikelen 1 en 3 van bijlage XI bij het Statuut. Met het tweede middel zet de Commissie uiteen dat voor die weigering, in strijd met artikel 269, lid 2, VWEU, iedere motivering ontbreekt.
(1) PB L 341, blz. 54.
Full & Egal Universal Law Academy