28.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 126/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 8 februari 2012 — A. Schlecker, handelend onder de naam „Firma Anton Schlecker”, andere partij: M.J. Boedeker
(Zaak C-64/12)
2012/C 126/09
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: A. Schlecker, handelend onder de naam „Firma Anton Schlecker”
Andere partij: M.J. Boedeker
Prejudiciële vragen
1)
Dient het bepaalde in artikel 6, lid 2, EVO (1) aldus te worden uitgelegd, dat indien een werknemer de arbeid ter uitvoering van de overeenkomst niet alleen gewoonlijk maar ook langdurig en zonder onderbreking verricht in hetzelfde land, in alle gevallen het recht dient te worden toegepast van dat land, ook al wijzen alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid van de arbeidsovereenkomst met een ander land?
2)
Is voor een bevestigend antwoord op vraag 1) vereist dat de werkgever en de werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, althans bij de aanvang van de arbeid, hebben beoogd, althans zich ervan bewust zijn geweest dat de de arbeid langdurig en zonder onderbreking in hetzelfde land zouden worden verricht?
(1) Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980 (PB 1980, L 266, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy