9.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 165/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Najvyšší súd Slovenskej republiky (Slowaakse Republiek) op 10 februari 2012 — Slovenská sporitel’ňa, a.s./Protimonopolný úrad Slovenskej republiky
(Zaak C-68/12)
2012/C 165/13
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Najvyšší súd Slovenskej republiky
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Slovenská sporitel’ňa, a.s.
Verwerende partij: Protimonopolný úrad Slovenskej republiky
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 101, lid 1, VWEU (oud artikel 81, lid 1, EG) in die zin worden uitgelegd dat de omstandigheid dat een concurrent (ondernemer) die wordt benadeeld door een kartelovereenkomst van andere concurrenten (ondernemers), op het tijdstip van de sluiting van de kartelovereenkomst illegaal actief was op de betrokken markt, juridisch relevant is?
2)
Is de omstandigheid dat op het tijdstip van de sluiting van de kartelovereenkomst de rechtmatigheid van het handelen van die concurrent (ondernemer) niet in twijfel werd getrokken door de bevoegde toezichthoudende organen van de Slowaakse Republiek, juridisch relevant voor de uitlegging van artikel 101, lid 1, VWEU (oud artikel 81, lid 1, EG)?
3)
Moet artikel 101, lid 1, VWEU (oud artikel 81, lid 1, EG) in die zin worden uitgelegd dat voor de vaststelling dat er sprake is van een mededingingsbeperkende overeenkomst, de persoonlijke handelwijze van de statutaire vertegenwoordiger van een onderneming die heeft/zou kunnen hebben deelgenomen aan de mededingingsbeperkende overeenkomst, moet worden bewezen dan wel diens persoonlijke toestemming, in de vorm van een mandaat, voor de handelwijze van een van zijn werknemers, wanneer de onderneming zich niet heeft gedistantieerd van de handelwijze van de werknemer en de overeenkomst tegelijkertijd zelfs is uitgevoerd?
4)
Moet artikel 101, lid 3, VWEU (oud artikel 81, lid 3, EG) in die zin worden uitgelegd dat het ook van toepassing is op een krachtens artikel 101, lid 1, VWEU (oud artikel 81, lid 1, EG) verboden overeenkomst, die naar de aard ervan de uitsluiting van de markt meebrengt van een individueel bepaalde concurrent (ondernemer) ten aanzien van wie nadien wordt vastgesteld dat hij transacties in buitenlandse deviezen verrichtte op de markt voor betalingsverkeer anders dan in contanten, zonder in het bezit te zijn van de bij de nationale wet daartoe vereiste vergunning?
Full & Egal Universal Law Academy