5.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 133/15
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht Leipzig (Duitsland) op 13 februari 2012 — Gemeinde Altrip e.a./Land Rheinland-Pfalz
(Zaak C-72/12)
2012/C 133/28
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht Leipzig
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Gemeinde Altrip, Gebrüder Hört GbR, Willi Schneider
Verwerende partij: Land Rheinland-Pfalz
Prejudiciële vraag
1)
Moet artikel 6, eerste alinea, van richtlijn 2003/35/EG (1) aldus worden uitgelegd, dat de lidstaten dienden te bepalen dat de ter omzetting van artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG (2) vastgestelde voorschriften van nationaal recht ook golden voor vergunningsprocedures die vóór 25 juni 2005 waren ingeleid, maar waarin de vergunningen pas na deze datum werden afgegeven?
2)
Bij een bevestigend antwoord op de eerste vraag:
Moet artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG, aldus worden uitgelegd, dat de lidstaten de voorschriften van nationaal recht die ter omzetting van artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG waren vastgesteld teneinde de formele rechtmatigheid van een besluit te kunnen aanvechten, eveneens toepassing dienden te laten vinden in gevallen waarin weliswaar een milieueffectbeoordeling was verricht, maar daarbij onregelmatigheden waren begaan?
3)
Bij een bevestigend antwoord op de tweede vraag:
Moet, wanneer het bestuursprocesrecht van een lidstaat in overeenstemming met artikel 10 bis, eerste alinea, sub b, van richtlijn 85/337/EEG het beginsel neerlegt dat de leden van het betrokken publiek slechts in beroep kunnen gaan bij de rechter indien zij stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG aldus worden uitgelegd,
a)
dat een beroep bij de rechter om de formele rechtmatigheid aan te vechten van besluiten waarop de bepalingen van deze richtlijn betreffende de inspraak van het publiek van toepassing zijn, slechts kan slagen en resulteren in de nietigverklaring van het besluit, wanneer, gelet op de omstandigheden van het geval, de concrete mogelijkheid bestaat dat het bestreden besluit zonder de procedurefout anders zou hebben geluid, en de procedurefout bovendien gevolgen heeft voor een materiële rechtspositie van de verzoekende partij, dan wel
b)
dat in het kader van een beroep bij de rechter om de formele rechtmatigheid aan te vechten van besluiten waarop de bepalingen van deze richtlijn betreffende de inspraak van het publiek van toepassing zijn, in ruimere mate rekening moet worden gehouden met procedurefouten?
Zo deze vraag in de sub b voorgestelde zin dient te worden beantwoord:
Aan welke inhoudelijke eisen moeten procedurefouten voldoen opdat zij in het kader van een beroep bij de rechter om de formele rechtmatigheid van het besluit aan te vechten in aanmerking kunnen worden genomen ten gunste van een verzoekende partij?
(1) Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156, blz. 17).
(2) Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40).
Full & Egal Universal Law Academy