12.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 138/3
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour administrative (Luxemburg) op 20 februari 2012 — Adzo Domenyo Alopka, Jarel Mondoulou, Eja Mondoulou/Ministre du Travail, de l'Emploi et de l'Immigration
(Zaak C-86/12)
2012/C 138/04
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour administrative
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Adzo Domenyo Alopka, Jarel Mondoulou, Eja Mondoulou
Verwerende partij: Ministre du Travail, de l'Emploi et de l'Immigration
Prejudiciële vraag
Moet artikel 20 VWEU, in voorkomend geval gelezen in samenhang met één of meerdere van de hiernagenoemde artikelen, afzonderlijk of tezamen beschouwd, namelijk de artikelen 20, 21, 24, 33 en 34 van het Handvest van de grondrechten, aldus worden uitgelegd, dat die bepaling zich ertegen verzet dat een lidstaat, enerzijds, aan een onderdaan van een derde land die zijn jonge kinderen, burgers van de Unie, alleen ten laste heeft, het verblijf weigert in de lidstaat van woonplaats van die kinderen, waar zij sedert hun geboorte met die onderdaan leven zonder dat zij de nationaliteit van die lidstaat hebben, en, anderzijds, weigert die onderdaan van een derde land een verblijfstitel en later zelfs een arbeidsvergunning toe te kennen?
Moeten dergelijke beslissingen worden geacht die kinderen in hun land van woonplaats waar zij sedert hun geboorte hebben geleefd, het effectieve genot van de belangrijkste aan de status van burger van de Unie ontleende rechten ook te kunnen ontzeggen wanneer hun andere rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn, waarmee zij nooit een gemeenschappelijk gezinsleven hebben geleid, in een andere staat van de Unie verblijft, waarvan hij zelf een onderdaan is?
Full & Egal Universal Law Academy