30.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 194/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht München (Duitsland) op 13 april 2012 — Sandler AG/Hauptzollamt Regensburg
(Zaak C-175/12)
2012/C 194/17
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht München
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Sandler AG
Verwerende partij: Hauptzollamt Regensburg
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 889, lid 1, eerste alinea, tweede streepje, CDW-uitvoeringsverordening (1) aldus worden uitgelegd dat het enkel het geval van een verzoek om terugbetaling regelt waarbij een goed aanvankelijk onder toepassing van het voor derde landen geldende tarief in het vrije verkeer werd gebracht en later blijkt dat op het ogenblik van de aanvaarding van de douaneaangifte eigenlijk een verlaagd tarief of een nultarief (hierna: „preferentieel tarief”) gold dat bij de indiening van het verzoek tot terugbetaling echter niet langer bestond, zodat het verstrijken van een in de tijd beperkte preferentiële tariefbehandeling niet kan worden ingebracht tegen een belanghebbende die een verzoek tot terugbetaling indient indien bij de inklaring het preferentieel tarief werd toegepast en de administratie eerst bij een navordering het preferentieel tarief heeft geweigerd en het voor derde landen geldende tarief heeft toegepast?
2)
Moeten de artikelen 16, lid 1, sub b, en 32 van Protocol nr. 1 bij Bijlage V bij de Overeenkomst van Cotonou (2) aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteiten van de staat van invoer, wanneer de staat van uitvoer een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 van een andere stempel heeft voorzien dan het aan de Commissie toegezonden voorbeeld, dat verschil in twijfelgevallen als een technische fout in de zin van artikel 16, lid 1, sub b, van Protocol nr. 1 bij Bijlage V bij de Overeenkomst van Cotonou kunnen behandelen en het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 daardoor zonder medewerking van de douaneautoriteiten van de staat van uitvoer ongeldig kunnen verklaren?
3)
Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:
a)
Moet artikel 16, lid 1, sub b, van Protocol nr. 1 bij Bijlage V bij de Overeenkomst van Cotonou ook worden toegepast indien de technische fout niet onmiddellijk bij de invoer, maar eerst bij de latere verificatie door de douaneautoriteiten wordt opgemerkt?
b)
Kan artikel 16, leden 4 en 5, van Protocol nr. 1 bij Bijlage V bij de Overeenkomst van Cotonou aldus worden uitgelegd dat een technische fout als gecorrigeerd wordt beschouwd indien bij een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 het vak „Opmerkingen” weliswaar niet woordelijk een van de vermeldingen van artikel 16, lid 4, van Protocol nr. 1 bij de Overeenkomst van Cotonou bevat, maar slechts een vermelding die toch duidelijk aangeeft dat het bewijs betreffende het preferentiële karakter achteraf is afgegeven?
4)
Indien de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord:
Moet artikel 236, lid 1, CDW (3) aldus worden uitgelegd dat invoerrechten wettelijk niet verschuldigd waren en bijgevolg ten onrechte op basis van artikel 220, lid 1, CDW werden nagevorderd, indien de oorspronkelijk gebruikte certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 door de douaneautoriteiten van de staat van invoer niet ongeldig konden worden verklaard zonder betrokkenheid van de douaneautoriteiten van de staat van uitvoer?
5)
Is ook indien een overeenkomstig artikel 16 van Protocol nr. 1 bij Bijlage V bij de Overeenkomst van Cotonou achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt ingediend de terugbetaling op basis van artikel 889 CDW-uitvoeringsverordening van reeds nagevorderde en betaalde invoerrechten enkel mogelijk indien het preferentieel tarief nog geldt op het ogenblik van het verzoek om terugbetaling?
(1) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, PB L 253, blz. 1, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 214/2007 van de Commissie van 28 februari 2007 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, PB L 62, blz. 6.
(2) 2000/483/EG: Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000, PB L 317, blz. 3.
(3) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, PB L 302, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy