7.7.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hof van Cassatie van België op 20 april 2012 — United Antwerp Maritime Agencies (UNAMAR) NV tegen Navigation Maritime Bulgare
(Zaak C-184/12)
2012/C 200/11
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie van België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: United Antwerp Maritime Agencies (UNAMAR) NV
Verweerster: Navigation Maritime Bulgare
Prejudiciële vraag
Moeten, mede in acht genomen de kwalificatie naar Belgisch recht van de in het geding zijnde artikelen 18, 20 en 21 van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst als bepalingen van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 7.2 EVO (1), de artikelen 3 en 7.2 EVO, al dan niet in samenhang gelezen met richtlijn 86/653/EEG (2) van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen in de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, aldus worden uitgelegd dat zij toelaten dat de bepalingen van bijzonder dwingend recht van het land van de rechter die een ruimere bescherming bieden dan het door richtlijn 86/653/EEG opgelegde minimum, worden toegepast op de overeenkomst, ook indien blijkt dat het op de overeenkomst toepasselijke recht het recht van een andere EU-lidstaat is waarin tevens de minimumbescherming die geboden wordt door voormelde richtlijn 86/653/EEG werd geïmplementeerd?
(1) Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980 (PB 1980, L 266, blz. 1).
(2) PB L 382, blz. 17.
Full & Egal Universal Law Academy