23.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 184/6
Beroep ingesteld op 26 april 2012 — Europese Commissie/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-196/12)
2012/C 184/11
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall, J.-P. Keppenne en D. Martin, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
vaststellen dat de Raad, door het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen, niet aan te nemen, niet heeft voldaan aan de krachtens het Ambtenarenstatuut op hem rustende verplichtingen;
—
de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep voert verzoekster aan dat de Raad is afgeweken van het voorstel voor een verordening van de Raad houdende aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden krachtens artikel 3 van bijlage XI bij het Statuut, ofschoon volgens de dwingende bepalingen van dat artikel de methode voor de jaarlijkse aanpassing van die bezoldigingen en pensioenen een automatische procedure is die de Raad geen beoordelingsmarge laat. Op grond van voormeld artikel is de Raad verplicht, het voorstel van de Commissie vóór 31 december van het betrokken jaar aan te nemen. Volgens verzoekster kon de Raad zich niet aan die verplichting onttrekken op grond dat hij van oordeel was dat de Commissie hem een voorstel krachtens artikel 10 van bijlage XI had moeten voorleggen. Hoe dan ook waren de voorwaarden ten gronde voor toepassing van artikel 10 in 2011 niet vervuld. Dat blijkt ook uit twee economische verslagen die de Commissie de Raad desgevraagd heeft gepresenteerd. Door zelf krachtens artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut besluit 2011/866/EU (1) vast te stellen heeft de Raad dan ook de vereiste institutionele voorwaarden geschonden.
De Commissie verwijt de Raad tevens, de op die bezoldigingen en pensioenen voor de verschillende plaatsen van tewerkstelling en wonen van de belanghebbenden toe te passen correctiecoëfficiënten niet te hebben vastgesteld. Volgens verzoekster kan niet worden ontkend dat het „besluit” van de Raad op dit punt volledig zwijgt, waarbij ter motivering uitsluitend wordt verwezen naar de „uitzonderingsclausule” van artikel 10 van bijlage XI. De houding van de Raad moet dus worden beschouwd als een onrechtmatig niet-handelen.
(1) Besluit van de Raad van 19 december 2011 betreffende het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen (PB L 341, blz. 54).
Full & Egal Universal Law Academy