4.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 235/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunalul Argeș (Roemenië) op 4 mei 2012 — Comisariatul Județean pentru Protecția Consumatorilor Argeș/SC Volksbank România SA, SC Volksbank România SA — Sucursala Pitești, Alin Iulian Matei, Petruța Florentina Matei
(Zaak C-236/12)
2012/C 235/12
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Tribunalul Argeș
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Comisariatul Județean pentru Protecția Consumatorilor Argeș
Verwerende partijen: SC Volksbank România SA, SC Volksbank România SA — Sucursala Pitești, Alin Iulian Matei, Petruța Florentina Matei
Prejudiciële vragen
Gelet op het feit dat volgens artikel 4, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG (1) de beoordeling van het oneerlijke karakter van bedingen geen betrekking mag hebben op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd,
en
aangezien overeenkomstig artikel 2, lid [2], sub a, van richtlijn 2008/48/EG (2), de in artikel 3, sub g, van deze richtlijn vervatte definitie van de totale kosten van het krediet voor de consument, die alle commissies omvatten die de consument in verband met de kredietovereenkomst moet betalen, niet van toepassing is om het voorwerp van een door een hypotheek gewaarborgde kredietovereenkomst te bepalen,
kunnen de begrippen „eigenlijk voorwerp van de overeenkomst” en „prijs” in artikel 4, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG aldus worden uitgelegd dat van de elementen die de aan de kredietinstelling verschuldigde tegenprestatie vormen, ook het jaarlijks kostenpercentage van een kredietovereenkomst, dat met name bestaat uit de vaste of variabele rentevoet, de bankcommissies en de andere in de overeenkomst opgenomen en bepaalde kosten, onder deze begrippen (voorwerp en prijs) valt?
(1) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29).
(2) Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB L 133, blz. 66).
Full & Egal Universal Law Academy