25.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 258/9
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hof van beroep te Brussel (België) op 29 mei 2012 — Citroën Belux NV tegen Federatie voor Verzekerings- en Financiële Tussenpersonen (FvF)
(Zaak C-265/12)
2012/C 258/15
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van beroep te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Citroën Belux NV
Verweerster: Federatie voor Verzekerings- en Financiële Tussenpersonen (FvF)
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 3.9 van richtlijn 2005/29/EG (1) zo worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een bepaling, zoals artikel 72 WMPC (2), die — onder voorbehoud van de limitatief in de wet opgesomde gevallen — op algemene wijze elk gezamenlijk aanbod aan de consument verbiedt zodra minstens één bestanddeel een financiële dienst uitmaakt?
2)
Moet artikel 56 VWEU, betreffende de vrijheid van dienstverlening, zo worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een bepaling, zoals artikel 72 WMPC, die — onder voorbehoud van de limitatief in de wet opgesomde gevallen — op algemene wijze elk gezamenlijk aanbod aan de consument verbiedt zodra minstens één bestanddeel een financiële dienst uitmaakt?
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).
(2) Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.
Full & Egal Universal Law Academy