4.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 235/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts (Letland) op 1 juni 2012 — Vitālijs Drozdovs/AAS „Baltikums”
(Zaak C-277/12)
2012/C 235/18
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Vitālijs Drozdovs, vertegenwoordigd door zijn wettelijke voogd Valentīna Balakireva
Verwerende partij: AAS „Baltikums”
Prejudiciële vragen
1)
Moeten artikel 3 van de Eerste richtlijn (72/166/EEG) van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (1), en [artikel 1, lid 2,] van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (2), aldus worden uitgelegd dat de daarin omschreven verplichte dekking van lichamelijk letsel, immateriële schade omvat?
2)
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt, moeten artikel 3 van de Eerste richtlijn (72/166/EEG) van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, en [artikel 1, lid 2,] van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, dan aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat waarbij de in die staat geldende wettelijke aansprakelijkheid wordt beperkt, in de vorm van een maximumbedrag voor de vergoeding van immateriële schade, door een bovengrens vast te stellen die aanzienlijk lager is dan de in de richtlijnen en in het nationale recht vastgestelde bovengrens voor de aansprakelijkheid van de verzekeraar?
(1) PB L 103, blz. 1.
(2) PB 1984, L 8, blz. 17.
Full & Egal Universal Law Academy