11.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 243/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tartu Ringkonnakohus (Estland) op 11 juni 2012 — Ragn-Sells AS/stadsbestuur Sillamäe
(Zaak C-292/12)
2012/C 243/18
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Ringkonnakohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ragn-Sells AS
Verwerende partij: stad Sillamäe (stadsbestuur Sillamäe)
Prejudiciële vragen
a)
Dienen artikel 106, lid 1, juncto artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het vrije verkeer van goederen, de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting aldus te worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat een lidstaat toestaat dat in een bepaald gebied aan een onderneming die een bepaalde afvalverwerkingsinstallatie exploiteert, tegen vergoeding een uitsluitend recht op verwerking van stedelijk afval wordt toegekend, wanneer er in een straal van 260 km meerdere concurrerende ondernemingen actief zijn die meerdere verschillende afvalverwerkingsinstallaties bezitten die aan de milieueisen voldoen en gelijkwaardige technologieën toepassen?
b)
Dient artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus te worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat een lidstaat de ophaling en het vervoer van afval en ook de verwerking van afval als diensten van algemeen economisch belang beschouwt, maar deze diensten opsplitst en daardoor de vrije mededinging op de afvalverwerkingsmarkt beperkt?
c)
Kan in een procedure tot gunning van een concessie voor afvalophaling en -vervoer, waarbij de voorwaarde geldt dat in het door de concessieovereenkomst omschreven gebied een uitsluitend recht voor afvalverwerking wordt toegekend aan twee ondernemingen, de toepasselijkheid van de in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde mededingingsrechtelijke voorschriften worden uitgesloten?
d)
Dient artikel 16, lid 3, van richtlijn 2008/98/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 aldus te worden uitgelegd dat een lidstaat de mededinging kan beperken op grond van het nabijheidsbeginsel en kan toestaan dat aan een onderneming die de afvalverwerkingsinstallatie exploiteert die het dichtst is gelegen bij het gebied waar het afval wordt geproduceerd, tegen vergoeding een uitsluitend recht tot afvalverwerking wordt toegekend wanneer er in een straal van 260 km meerdere concurrerende ondernemingen actief zijn die meerdere verschillende afvalverwerkingsinstallaties bezitten die aan de milieueisen voldoen en gelijkwaardige technologieën toepassen?
(1) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy