6.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 303/12
Hogere voorziening ingesteld op 11 juni 2012 door You-Q BV tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 29 maart 2012 in zaak T-369/10, You-Q BV/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-294/12 P)
2012/C 303/22
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: You-Q BV (vertegenwoordiger: G. S. C. M. van Roeyen, advocaat)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Apple Corps Limited
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 29 maart 2001 in zaak T-369/10 vernietigen;
—
haar verzoek om nietigverklaring van de bestreden beslissing toewijzen;
—
subsidiair, de zaak verwijzen naar het Gerecht voor heronderzoek;
—
BHIM en Apple Corps Limited verwijzen in de kosten met inbegrip van die in eerste aanleg.
Middelen en voornaamste argumenten
Volgens rekwirantes eerste middel is de weergave door het Gerecht van de achtergrond van het geschil gedeeltelijk, meer bepaald in bepaalde gedeelten van de punten 9, 12, 14, 17 en 53, niet correct en in strijd met de vereisten van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009. (1) In de eerste plaats verklaarde het Gerecht onterecht dat de oudere merken waarop Apple Corps zich beroept, een ouder bekend merk omvatten, daar het Gerecht die status niet vaststelde en evenmin aangaf welk ouder merk als een bekend merk is te beschouwen. Deze bevindingen van het Gerecht zijn onjuist en schenden het beginsel van duidelijkheid. In de tweede plaats hield het Gerecht niet naar behoren rekening met de volgens het arrest van het Hof van 27 november 2008, Intel, C-252/07, Jurispr. blz. I-8823, toe te passen factor namelijk „de aard van de waren of diensten waarvoor de conflicterende merken zijn ingeschreven, daaronder begrepen de mate waarin deze waren of diensten gerelateerd zijn dan wel onderling verschillen, alsmede het relevante publiek”.
Rekwirantes tweede middel omvat negen grieven tegen het bestreden arrest van het Gerecht, alle op basis van schending van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009. In de eerste plaats klaagt rekwirante over onjuiste bevindingen door het Gerecht in de punten 24, 55, 56, 57 en 58 inzake de mate waarin de waren en diensten onderling verschillen, en inzake het onderscheidend vermogen van de oudere merken. In de tweede plaats betwist rekwirante de bevinding in punt 26 van het bestreden arrest, waarin het Gerecht — in strijd met artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009 — de bescherming van dit artikel abstraheerde van de waren of diensten waarvoor het bekende merk is ingeschreven, en van de verdere beschermingsvereisten van dit artikel (afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het oudere merk, afbreuk aan de reputatie van dat merk en ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidende vermogen of de reputatie van dat merk). In de derde plaats betwist rekwirante de bevinding in de punten 31 en 54 van het bestreden arrest dat het onderscheidend vermogen en de reputatie van de oudere merken hadden moeten worden onderzocht tegen de achtergrond van de perceptie door het publiek van het aangevraagde merk, aangezien You-Q in punt 39 van haar verzoekschrift bij het Gerecht stelt: „Voorts dient te worden opgemerkt dat de kamer van beroep ten onrechte niet het publiek bepaalde — zoals zij had moeten doen — waarvan de perceptie een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen en de reputatie van het oudere merk. Volgens Intel hadden als publiek de consumenten van de waren en diensten moeten gelden waarvoor het oudere merk is ingeschreven.” In de vierde plaats betwist rekwirante de bevinding van het Gerecht dat de kamer van beroep verklaarde dat het relevante publiek waarvoor de oudere merken bekende merken zijn, het publiek in het algemeen is. In de vijfde plaats betwist rekwirante de bevinding van het Gerecht dat het bestaan van bekendheid volgens You-Q moet worden vastgesteld door verwijzing naar het door het aangevraagde merk betrokken publiek, namelijk een gespecialiseerd publiek, en betwist zij voorts de overwegingen van het Gerecht inzake het relevante publiek, meer bepaald overlappingen in het relevante publiek die geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van de reputatie van het oudere merk. In de zesde plaats betwist rekwirante de bevindingen van het Gerecht inzake de vereisten voor de vaststelling van een zeer goede en aanzienlijke reputatie voor de betrokken waren en diensten. In de zevende plaats betwist rekwirante de bevindingen van het Gerecht inzake de gelijkenis van de tekens. In de achtste plaats betwist rekwirante de toepassing door het Gerecht van het algemeen beoordelingscriterium en de daarbij horende relevante factoren om het vereiste verband te leggen. Ten slotte betwist rekwirante de toepassing en uitlegging door het Gerecht van het vereiste van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009 dat ongerechtvaardigd voordeel getrokken wordt uit het onderscheidende vermogen of de reputatie van het oudere merk.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy