25.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 258/13
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Højesteret (Denemarken) op 29 juni 2012 — Metro Cash & Carry Danmark ApS/Skatteministeriet
(Zaak C-315/12)
2012/C 258/20
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Metro Cash & Carry Danmark ApS
Verwerende partij: Skatteministeriet
Prejudiciële vragen
1)
Moeten richtlijn 92/12 (1) en verordening nr. 3649/92 (2) aldus worden uitgelegd dat een handelaar in een lidstaat die in omstandigheden als in het hoofdgeding accijnsproducten verkoopt die in die lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en op de plaats van bedrijfsuitoefening van de verkoper aan een in een andere lidstaat gevestigde koper worden geleverd zonder dat de verkoper bij het vervoer helpt of voor vervoer zorgt, moet controleren (i) of de accijnsproducten worden aangekocht met het oog op invoer in deze tweede lidstaat en (ii) of die invoer plaatsvindt voor de eigen behoefte dan wel voor commerciële doeleinden?
2)
Wanneer de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moet de handelaar dan op het tijdstip van de verkoop van accijnsproducten in omstandigheden als in het hoofdgeding, wanneer hij deze controle uitvoert, gebruik maken van vermoedens betreffende het voornemen dat de koper met betrekking tot de aangekochte producten heeft?
3)
Wanneer de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moeten richtlijn 92/12 en verordening nr. 3649/92 dan aldus worden uitgelegd dat een verkoper als bedoeld in de eerste vraag in omstandigheden als in het hoofdgeding moet weigeren de accijnsgoederen aan de koper te verkopen indien de koper exemplaar 1 van het vereenvoudigde geleidedocument bedoeld in artikel 4 van deze verordening niet overlegt wanneer de accijnsproducten worden aangekocht voor commerciële doeleinden in de woonstaat van de koper? Deze vraag vereist ook een antwoord ingeval gebruik moet worden gemaakt van de in de tweede vraag bedoelde vermoedens.
4)
Brengt de inwerkingtreding van richtlijn 2008/118 (3) en de intrekking van richtlijn 92/12 wijziging in de rechtssituatie wat de gevolgen van richtlijn 92/12 voor het antwoord op de eerste, de tweede en derde vraag betreft?
5)
Moet de uitdrukking „door particulieren voor eigen behoefte verkregen […] producten” in de zin van artikel 8 van richtlijn 92/12 en artikel 32, lid 1, van richtlijn 2008/118 aldus worden uitgelegd dat zij betrekking hebben op de aankopen van accijnsproducten in omstandigheden als in het hoofdgeding? Wanneer deze vraag ontkennend wordt beantwoord, vallen de aankopen dan onder artikel 7 van richtlijn 92/12 respectievelijk artikel 33 van richtlijn 2008/118?
(1) Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (PB L 76, blz. 1).
(2) Verordening (EEG) nr. 3649/92 van de Commissie van 17 december 1992 betreffende een vereenvoudigd geleidedocument voor het intracommunautaire verkeer van accijnsproducten die in de lidstaat van verzending tot verbruik zijn uitgeslagen (PB L 369, blz. 17).
(3) Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van richtlijn 92/12/EEG (PB L 9, blz. 12).
Full & Egal Universal Law Academy