25.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 258/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Højesteret (Denemarken) op 2 juli 2012 — Malaysia Dairy Industries Pte. Ltd./Ankenævnet for Patenter og Varemærker
(Zaak C-320/12)
2012/C 258/22
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Malaysia Dairy Industries Pte. Ltd.
Verwerende partij: Ankenævnet for Patenter og Varemærker
Prejudiciële vragen
1)
Geeft het begrip kwade trouw in artikel 4, lid 4, sub g, van richtlijn 2008/95/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, uitdrukking aan een juridische standaard die kan worden ingevuld overeenkomstig het nationale recht, of is het een begrip van EU-recht dat in de hele Europese Unie eenvormig moet worden uitgelegd?
2)
Indien het begrip kwade trouw in artikel 4, lid 4, sub g, van richtlijn 2008/95/EG een begrip van EU-recht is, moet het aldus worden opgevat dat het kan volstaan dat de aanvrager het buitenlandse merk op het tijdstip van de aanvraag kende of had moeten kennen of kan de inschrijving slechts worden geweigerd indien aan verdere vereisten betreffende de subjectieve situatie van de aanvrager is voldaan?
3)
Kan een lidstaat ervoor kiezen om een specifieke bescherming van buitenlandse merken in te voeren die, wat het vereiste van kwade trouw betreft, afwijkt van artikel 4, lid 4, sub g, van richtlijn 2008/95/EG, bijvoorbeeld door een bijzonder vereiste te stellen dat de aanvrager het buitenlandse merk kende of had moeten kennen?
(1) Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 299, blz. 25).
Full & Egal Universal Law Academy