12.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/25
Hogere voorziening ingesteld op 3 september 2012 door de Raad van de Europese Unie tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 14 juni 2012 in zaak T-396/09, Vereniging Milieudefensie, Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht/Commissie
(Zaak C-401/12 P)
2013/C 9/42
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Moore en K. Michoel, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Vereniging Milieudefensie, Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, Europese Commissie, Koninkrijk der Nederlanden, Europees Parlement
Conclusies
De Raad verzoekt het Hof derhalve:
—
het arrest van het Gerecht van 14 juni 2012 in zaak T-396/09 te vernietigen;
—
het beroep van verzoeksters in eerste instantie in zijn geheel te verwerpen;
—
verzoeksters in eerste instantie hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de Raad in de onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
De Raad is van mening dat het arrest van het Gerecht in bovengenoemde zaak aangetast is door twee schendingen van het recht. De Raad is van mening dat het Gerecht de zogenaamde „Nakajima” (1) en „Fediol” (2) rechtspraak niet correct heeft geïnterpreteerd en toegepast. De Raad is bijgevolg van mening dat het Gerecht onterecht geoordeeld heeft dat het de wettigheid van verordening (EG) nr. 1367/2006 (3) kon toetsen aan het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden.
Verder is de Raad van inziens dat de keuze die werd gemaakt door de wetgever in verordening nr. 1367/2006 in elk geval volledig conform is aan het Verdrag van Aarhus. In dit opzicht is de interpretatie die het Gerecht geeft van artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus (4) niet correct, in zover het de handelingsvrijheid miskent die de overeenkomstsluitende partijen toekomt.
De Raad vraagt het Hof derhalve het arrest van het Gerecht in bovengenoemde zaak te vernietigen, en definitief uitspraak te doen over deze zaak door het beroep van verzoeksters in eerste instantie in zijn geheel te verwerpen.
(1) Arrest van het Hof van Justitie van 7 mei 1991, Nakajima/Raad, C-69/89, Jurispr. blz. I-2169.
(2) Arrest van het Hof van Justitie van 22 juni 1989, Fediol/Commissie, 70/87, Jurispr. blz. 1825.
(3) Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264, blz. 13).
(4) Verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, goedgekeurd bij Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (PB L 124, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy