12.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/26
Hogere voorziening ingesteld op op 27 augustus 2012 door de Europese Commissie tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 14 juni 2012 in zaak T-396/09, Vereniging Milieudefensie, Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht/Commissie
(Zaak C-403/12 P)
2013/C 9/44
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirante: Europese Commissie (vertegenwoordigers: P. Oliver, J.-P. Keppenne, G. Valero Jordana, P. van Nuffel, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure:
Vereniging Milieudefensie,
Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, Koninkrijk der Nederlanden,
Europees Parlement,
Raad van de Europese Unie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 14 juni 2012 in zaak T-396/09 te vernietigen;
—
de zaak ten gronde te beoordelen en het beroep tot nietigverklaring van Commissiebeschikking C(2006) 6121 te verwerpen; en
—
verzoeksters in zaak T-396/09 te verwijzen in de kosten die de Commissie in die zaak en de onderhavige zaak maakte.
Middelen en voornaamste argumenten
De hogere voorziening betreft in essentie de vraag of het aan het Gerecht toegestaan was, gelet meer bepaald op het arrest van het Hof van 8 maart 2011 in zaak C-240/09, de geldigheid van artikel 10, lid 1, juncto artikel 2, lid 1, sub g, van verordening (EG) nr. 1367/2006 (1) te toetsen aan artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus. (2)
De Commissie voert twee middelen aan.
Met het eerste middel stelt de Commissie dat het Gerecht, hoewel het weliswaar correct de strikte voorwaarden heeft geciteerd waaronder, volgens de rechtspraak van het Hof, particulieren zich kunnen beroepen op regels van internationaal verdragsrecht om de geldigheid van rechtshandelingen van de Unie te toetsen (met name dat een toetsing aan de bepalingen van een verdrag slechts mogelijk is wanneer de aard en de opzet van dat verdrag zich hiertegen niet verzetten en de ingeroepen bepalingen inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig voorkomen), ten onrechte heeft geoordeeld dat de uitzondering op deze voorwaarden die volgt uit de zgn. Fediol en Nakajima rechtspraak (arresten van het Hof van 22 juni 1989 in zaak 70/87 en van 7 mei 1991 in zaak C-69/89) ook van toepassing was op artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus.
Het Hof heeft al vastgesteld, bij zijn arrest in zaak C-240/09, dat artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus geen rechtstreekse werking heeft. Verder is de Fediol en Nakajima rechtspraak, als uitzondering, strikt te interpreteren; ze werd tot nog toe enkel toegepast op het gebied van de handelspolitiek, en kan slechts op andere beleidsterreinen worden toegepast indien de voorwaarden daarvoor duidelijk vervuld zijn, wat hier niet het geval is. Artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 houdt immers geen renvoi in naar rechtsregels van het Verdrag van Aarhus en deze bepaling geeft ook geen uitvoering aan een bijzondere verplichting van dat verdrag, in de zin van de Nakajima rechtspraak. Tenslotte is artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus onvoldoende duidelijk en nauwkeurig om de uitzondering voorzien in de Nakajima rechtspraak te kunnen toepassen.
Met het tweede middel stelt de Commissie, subsidiair, dat het Gerecht artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus fout heeft geïnterpreteerd, omdat het geoordeeld heeft dat artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 strijdig is met deze bepaling om de enkele reden dat de herzieningsprocedure voorzien in dit artikel 10 beperkt is tot handelingen van individuele strekking, terwijl het Gerecht in concreto had moeten nagaan of niet voldoende uitvoering is gegeven aan artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus door het geheel van juridische procedures waarover de particulieren beschikken op nationaal vlak en op vlak van de Unie.
(1) Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264, blz. 13).
(2) Verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, goedgekeurd bij Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (PB L 124, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy