8.12.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 379/15
Beroep ingesteld op 20 september 2012 — Europese Commissie/Koninkrijk Spanje
(Zaak C-428/12)
2012/C 379/26
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: I. Galindo Martin en G. Wilms, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk Spanje
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk Spanje, door in Orden FOM/734/2007, de 20 de marzo, por la que se desarrolla el Reglamento de la Ley de Ordenación de los transportes terrestres en materia de autorizaciones de transporte de mercancías por carretera (besluit FOM/734/2007 van 20 maart 2007 waarbij uitvoeringsbepalingen van de uitvoeringsregeling behorende bij de wet tot regeling van het vervoer over land worden vastgesteld met betrekking tot vergunningen voor het goederenvervoer over de weg) als voorwaarde voor het verkrijgen van een „vergunning voor als nevenactiviteit verricht goederenvervoer voor eigen rekening” te stellen dat het eerste voertuig van het wagenpark van een onderneming maximaal vijf maanden oud, terug te rekenen vanaf de eerste registratie van dit voertuig, is, en die verplichting niet te motiveren, de krachtens de artikelen 34 en 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Koninkrijk Spanje verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De voor het verkrijgen van een „vergunning voor als nevenactiviteit verricht goederenvervoer voor eigen rekening” geldende voorwaarde dat het eerste voertuig van het wagenpark van een onderneming maximaal vijf maanden oud, terug te rekenen vanaf de eerste registratie van dit voertuig, is, vormt een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking die in strijd is met artikel 34 VWEU. Deze beperking is niet gerechtvaardigd uit hoofde van een van de in artikel 36 VWEU genoemde redenen van algemeen belang of door een dwingend vereiste.
Wat de beperking van het vrije verkeer van goederen betreft, hebben de betrokken voorschriften in de praktijk ingrijpender gevolgen voor de invoer van reeds in andere lidstaten geregistreerde voertuigen dan voor de aanschaf van in Spanje geregistreerde voertuigen. Aangezien de in andere lidstaten geregistreerde voertuigen reeds voldoen aan de Europese en/of nationale technische vereisten om in de lidstaat van oorsprong op de weg te mogen rijden, zijn de voorschriften voorts in strijd met het beginsel van wederzijdse erkenning nu een voertuig dat geschikt wordt geacht om in een andere lidstaat op de weg te rijden, ook geschikt moet worden geacht om in Spanje op de weg te rijden. Daarenboven levert de maatregel een gebruiksbeperking op die kan worden vergeleken met die welke het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arresten van 10 februari 2009, Commissie/Italië (C-110/05, Jurispr. blz. I-519), en 4 juni 2009, Mickelsson en Roos (C-142/05, Jurispr. blz. I-4273), heeft onderzocht.
Met betrekking tot de door het Koninkrijk Spanje aangevoerde rechtvaardigingsgronden, namelijk de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu, is de Commissie van mening dat de betrokken voorschriften niet in verhouding staan tot het beoogde doel en niet ertoe bijdragen dat dit doel op consequente en systematische wijze wordt gerealiseerd.
Het feit dat een voertuig meer dan vijf maanden geleden voor het eerst is geregistreerd, betekent niet dat het technisch niet geschikt is om te worden gebruikt voor commerciële activiteiten en zegt niets over de impact van het gebruik ervan op het milieu. Aan de hand van een technische keuring daarentegen kan, althans tot op zekere hoogte, worden bepaald in welke technische staat het voertuig verkeert, hetgeen een minder beperkende maatregel zou zijn. Daarnaast moet door middel van een onderzoek van de technische kenmerken van het voertuig, met eventueel ook een technische keuring ervan, kunnen worden nagegaan hoeveel het voertuig vervuilt.
Bovendien valt moeilijk te begrijpen dat het Koninkrijk Spanje voor het eerste voertuig de maximumleeftijd van vijf maanden hanteert, terwijl voor de toevoeging van andere voertuigen aan het wagenpark geen beperkingen gelden, behalve dat de gemiddelde leeftijd van het wagenpark maximaal zes jaar bedraagt.
Full & Egal Universal Law Academy