16.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 46/15
Hogere voorziening ingesteld op 29 november 2012 door de Bondsrepubliek Duitsland tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 19 september 2012 in zaak T-265/08, Bondsrepubliek Duitsland/Europese Commissie
(Zaak C-549/12 P)
2013/C 46/29
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze, gemachtigde, U. Karpenstein en C. Johann, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Koninkrijk Spanje, Franse Republiek, Koninkrijk der Nederlanden
Conclusies
1)
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 19 september 2012 in zaak T-265/08, Bondsrepubliek Duitsland, ondersteund door Koninkrijk Spanje, Franse Republiek en Koninkrijk der Nederlanden tegen Europese Commissie betreffende een verzoek tot nietigverklaring van beschikking C(2008) 1690 def. van de Commissie van 30 april 2008 inzake de vermindering van de bijdrage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor een Operationeel Programma in de onder doelstelling 1 vallende regio Land Thüringen in de Bondsrepubliek Duitsland (1994-1999) overeenkomstig beschikking C(94) 1939/5 van de Commissie van 5 augustus 1994 vernietigen en beschikking C(2008) 1690 def. van de Commissie van 30 april 2008 inzake de vermindering van de bijdrage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor een Operationeel Programma in de onder doelstelling 1 vallende regio Land Thüringen in de Bondsrepubliek Duitsland (1994-1999) nietig verklaren;
2)
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van 19 september 2012, Duitsland/Commissie, houdende afwijzing van het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland tot nietigverklaring van beschikking C(2008) 1690 def. van de Commissie van 30 april 2008 inzake de vermindering van de bijdrage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor een Operationeel Programma in de onder doelstelling 1 vallende regio Land Thüringen in de Bondsrepubliek Duitsland (1994-1999) overeenkomstig beschikking C(94) 1939/5 van de Commissie van 5 augustus 1994.
Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante twee middelen aan.
In de eerste plaats heeft het Gerecht artikel 24, lid 2, van verordening (EEG) nr. 4253/88 (1), juncto artikel 1 van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 (2) en het beginsel van bevoegdheidstoedeling (artikel 5, lid 2, VEU, en artikel 7 VWEU, oud artikel 5 EG), geschonden, doordat het ten onrechte ervan uitgaat dat ook aan nationale autoriteiten toe te rekenen administratieve fouten „onregelmatigheden” kunnen vormen die de Commissie het recht geven financiële correcties toe te passen (eerste onderdeel van het eerste middel). Ook al is een financiële correctie voor administratieve fouten in beginsel aanvaardbaar, het bestreden arrest moet worden vernietigd, omdat het Gerecht ten onrechte ervan uitgaat dat ook schendingen van het nationale recht en fouten zonder gevolgen voor de begroting van de Unie „onregelmatigheden” kunnen vormen die financiële correcties rechtvaardigen (tweede onderdeel van het eerste middel).
In de tweede plaats heeft het Gerecht artikel 24, lid 2, van verordening 4253/88, juncto het beginsel van bevoegdheidstoedeling (artikel 5, lid 2, VEU, en artikel 7 VWEU), ook geschonden doordat het de Commissie ten onrechte de bevoegdheid toekent om geëxtrapoleerde financiële correcties toe te passen (eerste onderdeel van het tweede middel). Ook al bestaat er in beginsel een bevoegdheid tot extrapolatie, het Gerecht heeft de wijze van de toepassing ervan in het onderhavige geval ten onrechte bekrachtigd. In de eerste plaats is althans met betrekking tot een deel van de betrokken projecten geen nadeel voor de begroting van de Unie vastgesteld. In de tweede plaats had de Commissie een deel van de betrokken fouten niet als systematisch mogen aanmerken (tweede onderdeel van het tweede middel).
(1) Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374, blz. 1).
(2) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy