2.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/9
Hogere voorziening ingesteld op 3 december 2012 door J. tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 27 september 2012 in zaak T-160/10, J/Europees Parlement
(Zaak C-550/12 P)
2013/C 32/12
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirant: J. (vertegenwoordiger: A. Auer, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europees Parlement
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 27 september 2012 in zaak T-160/10 in zijn geheel vernietigen met de volgende beslissing: „Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 27 september 2012 in zaak T-160/10, J/Europees Parlement, wordt in zijn geheel vernietigd. Het Europees Parlement wordt in de kosten verwezen.”
Indien de hogere voorziening gegrond wordt verklaard:
—
het verzoek in eerste aanleg om nietigverklaring van de beslissing van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement van 2 maart 2010, waarbij het door de rekwirant ingediende verzoekschrift nr. 1673/2009 van 19 november 2009 onbehandeld terzijde is gelegd, volledig toewijzen;
—
het Europees Parlement in de kosten van de procedure in eerste aanleg verwijzen;
subsidiair
—
de zaak voor een nieuwe beslissing naar het Gerecht terugverwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Het Gerecht heeft ten onrechte geoordeeld dat de Commissie verzoekschriften bij de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoekschrift van rekwirant de motiveringsplicht niet heeft geschonden. Rekwirant heeft in zijn verzoekschrift uitdrukkelijk aangevoerd dat Oostenrijkse autoriteiten het eigendomsrecht en richtlijn 2004/48/EG (1) hebben geschonden. In de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoekschrift is op deze concreet vermelde schendingen niet ingegaan, zodat de rekwirant niet in staat is de redenen te begrijpen op grond waarvan het Europees Parlement zijn verzoekschrift als niet-ontvankelijk beschouwt.
Voorts heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het optreden van de Oostenrijkse autoriteiten geen verband houdt met de toepassing van het Unierecht. De Oostenrijkse autoriteiten hebben auteursrechtelijk beschermde documenten van rekwirant in beslag genomen zonder dat hij daarvoor een schadeloosstelling heeft ontvangen. Daardoor is binnen de werkingssfeer van richtlijn 2004/48/EG het (intellectuele) eigendomsrecht van rekwirant geschonden.
(1) Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157, blz. 45, rectificaties in PB L 195, blz. 16 en PB L 204, blz. 27).
Full & Egal Universal Law Academy