23.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/7
Hogere voorziening ingesteld op 31 december 2012 door Ellinika Nafpigeia AE en 2. Hoern Beteiligungs GmbH tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 19 oktober 2012 in zaak T-466/11, Ellinika Nafpigeia AE en 2. Hoern Beteiligungs GmbH/Europese Commissie
(Zaak C-616/12 P)
2013/C 55/11
Procestaal: Grieks
Partijen
Rekwiranten: Ellinika Nafpigeia AE, 2. Hoern Beteiligungs GmbH (vertegenwoordigers: K. Chrysogonos en A. Kaidatzis, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht van 19 oktober 2012 vernietigen;
—
het beroep toewijzen overeenkomstig de hierna uiteengezette middelen;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
—
Het Gerecht heeft het inleidende verzoekschrift verkeerd uitgelegd zodat het het voorwerp van de zaak op onaanvaardbare wijze heeft gewijzigd, aangezien de documenten en de andere gegevens in het dossier betreffende het besluit van 1 december 2010 — dat in werkelijkheid de enige bestreden handeling is — ook als bestreden maatregelen of als een deel van de bestreden maatregel zijn beschouwd.
—
Het Gerecht heeft artikel 44, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering verkeerd toegepast door te oordelen dat de bestreden handeling niet is zijn geheel bepaald was, aangezien de documenten en de andere gegevens in het dossier betreffende het besluit van 1 december 2010, niet afzonderlijk zijn bepaald. In werkelijkheid maken deze handelingen evenwel geen deel uit van de bestreden handeling en zijn zij ook geen andere bestreden handelingen. Ten gevolge van dit arrest van het Gerecht zijn verzoekers’ recht op bescherming in rechte en het beginsel van processuele „equality of arms” geschonden.
—
Het Gerecht heeft artikel 263, lid 6, VWEU verkeerd toegepast door het beroep tegen het besluit van 1 december 2010 omdat het te als laat was ingediend, te verwerpen hoewel verzoekers tot op heden geen volledige kennisgeving hebben gekregen. Derhalve was de termijn van twee maanden op het ogenblik dat het beroep is ingediend, nog niet eens beginnen te lopen. Ten gevolge van dit arrest van het Gerecht zijn het recht op bescherming in rechte alsook het recht op een daadwerkelijk beroep voor een rechterlijke instantie op onaanvaardbare wijze beperkt.
—
Het Gerecht heeft de artikelen 64 en 65 van het Reglement voor de procesvoering verkeerd toegepast door het verzoek tot vaststelling van maatregelen tot organisatie van de procesgang en maatregelen van instructie af te wijzen, aangezien het Gerecht heeft geoordeeld dat de documenten en de gegevens in het dossier betreffende het besluit van 1 december 2010, waarvan om de overlegging was verzocht, deel uitmaakten van de bestreden handeling, terwijl zij in werkelijkheid louter gegevens ter motivering ervan waren. Ten gevolge van dit arrest van het Gerecht zijn verzoekers’ recht op bescherming in rechte en het fundamentele beginsel van processuele „equality of arms” geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy