Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 4 juli 2012 – Trevisanato/Commissie
(Zaak C-25/12 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Verzoek strekkende tot gelasten van Commissie om standpunt in te nemen aangaande uitlegging en omzetting in nationaal recht van richtlijn – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
1. Hogere voorziening – Middelen – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 15-18)
2. Gerechtelijke procedure – Beslissing bij met redenen omklede beschikking – Voorwaarden – Beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk rechtens ongegrond – Beschikking gegeven zonder verweerschrift – Toelaatbaarheid (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 111) (cf. punten 21-23)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 13 december 2011, Trevisanato/Commissie (T-510/11), houdende verwerping van het beroep strekkende tot het gelasten van de Commissie om een standpunt in te nemen aangaande de door rekwirant ingediende klacht – Verzuim van de Commissie om een bindend advies te geven over de werkingssfeer van richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassingen van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225, blz. 16) – Kennelijke onbevoegdheid van het Gerecht – Toepassingsvoorwaarden van artikel 111 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
G. Trevisanato draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy