Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 4 juli 2012 –
Tam
(Zaak C-74/12)
„Prejudiciële verwijzing – Ontbreken van omschrijving van hoofdgeding – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Vragen gesteld zonder voldoende precisering van juridische en feitelijke context – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 92, lid 1, en 103, lid 1) (cf. punten 5-7)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Giudice di Pace di Revere – Uitlegging van de artikelen 2, 4, 6, 7, 8, 15 en 16 van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, blz. 98), en van artikel 4, lid 3, VEU – Nationale wettelijke regeling waarbij een geldboete wordt opgelegd aan de vreemdeling die het nationale grondgebied illegaal is binnengekomen of daar illegaal verblijft – Toelaatbaarheid van het strafrechtelijke feit van illegaal verblijf – Mogelijkheid om de geldboete om te zetten in onmiddellijke uitwijzing voor een periode van ten minste vijf jaar of in een vrijheidsstraf („permanenza domiciliare”) – Verplichtingen van de lidstaten gedurende de termijn voor omzetting van een richtlijn in nationaal recht
Dictum
Het door de Giudice di Pace di Revere (Italië) bij beslissing van 26 januari 2012 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk.
Full & Egal Universal Law Academy