Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 10 mei 2012 —
Corpul Naţional al Poliţiştilor
(Zaak C‑134/12)
„Prejudiciële verwijzing — Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van mens en de fundamentele vrijheden — Geldigheid van nationale regeling waarbij salarisverminderingen worden vastgesteld voor verscheidene categorieën van overheidsambtenaren — Geen uitvoering van Unierecht — Kennelijke onbevoegdheid van Hof”
1. Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van Hof — Grenzen — Verzoek om uitlegging van Handvest van de grondrechten van de Unie — Nationale regeling die geen maatregel vormt die recht van Unie ten uitvoer brengt — Onbevoegdheid van Hof (Art. 267 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 51, lid 1) (cf. punten 12‑13 en dictum)
2. Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van Hof — Grenzen — Verzoek om uitlegging van Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van
mens — Onbevoegdheid van Hof om uitspraak te doen over uitlegging van bepalingen van internationaal recht die lidstaten buiten kader van Unierecht binden (Art. 267 VWEU) (cf. punt 14 en dictum)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Curtea de Apel Constanţa — Uitlegging van de artikelen 17, lid 1, 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Uitlegging van artikel 15, lid 3, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden — Toelaatbaarheid van een nationale regeling waarbij salarisverminderingen worden vastgesteld voor verscheidene categorieën van overheidsambtenaren — Schending van eigendomsrecht en van de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om uitspraak te doen op het door de Curtea de Apel Constanţa (Roemenië) op 8 februari 2012 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing.
Full & Egal Universal Law Academy