9.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 81/14
Arrest van het Gerecht van 22 januari 2015 — Bank Tejarat/Raad
(Zaak T-176/12) (1)
((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen ten aanzien van Iran ter voorkoming van nucleaire proliferatie - Bevriezing van tegoeden - Beoordelingsfout”))
(2015/C 081/17)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Bank Tejarat (Teheran, Iran) (vertegenwoordigers: S. Zaiwalla, P. Reddy, F. Zaiwalla en Z. Burbeza, solicitors, D. Wyatt, QC, en R. Blakeley, barrister)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop en S. Cook, gemachtigden)
Voorwerp
Gedeeltelijke nietigverklaring met onmiddellijke ingang van besluit 2012/35/GBVB van de Raad van 23 januari 2012 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 19, blz. 22), uitvoeringsverordening (EU) nr. 54/2012 van de Raad van 23 januari 2012 houdende uitvoering van verordening (EU) nr. 961/2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 19, blz. 1), verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88, blz. 1), en uitvoeringsverordening (EU) nr. 709/2012 van de Raad van 2 augustus 2012 houdende uitvoering van verordening nr. 267/2012 (PB L 208, blz. 2)
Dictum
1)
Worden nietig verklaard, voor zover zij betrekking hebben op Bank Tejarat:
—
punt I B 2 van bijlage I bij besluit 2012/35/GBVB van de Raad van 23 januari 2012 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran;
—
punt I B 2 van bijlage I bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 54/2012 van de Raad van 23 januari 2012 houdende uitvoering van verordening (EU) nr. 961/2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran;
—
punt I B 105 van bijlage IX bij verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening nr. 961/2010;
—
punt 5 van bijlage II bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 709/2012 van de Raad van 2 augustus 2012 houdende uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De gevolgen van besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van gemeenschappelijk standpunt 2007/140/GBVB, zoals gewijzigd bij besluit 2012/35, worden gehandhaafd wat Bank Tejarat betreft totdat de nietigverklaring van verordening nr. 267/2012 en uitvoeringsverordening nr. 709/2012 effect sorteren.
4)
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 174 van 16.6.2012.
Full & Egal Universal Law Academy