21.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/27
Hogere voorziening ingesteld op 16 februari 2012 door Guido Strack tegen de beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 7 december 2011 in zaak F-44/05 RENV, Strack/Commissie
(Zaak T-65/12 P)
2012/C 118/46
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirerende partij: Guido Strack (Keulen, Duitsland) (vertegenwoordiger: H. Tettenborn, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 7 december 2011 in zaak F-44/05 RENV volledig vernietigen;
—
verweerster overeenkomstig de vordering die rekwirant in punt 1 onder A.4. van zijn processtuk van 21 februari 2011 in zaak F-44/05 RENV heeft ingediend en in de punten 78 tot 85 van dat processtuk heeft gemotiveerd, veroordelen om aan rekwirant een schadevergoeding van minstens 2 500 EUR te betalen op grond van artikel 6 EVRM wegens de te lange procesduur;
—
de Commissie verwijzen in alle kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert rekwirant vier middelen aan.
1)
Eerste middel: schending van het recht op de wettelijk bevoegde rechter, van artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), van artikel 47, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 4, lid 4, van bijlage I bij het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie
Rekwirant stelt in dit verband dat het rechtsgeding aanvankelijk aan een andere kamer van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Ambtenarengerecht) was toegewezen en dat voor de latere nieuwe toewijzing de nodige rechtsgrondslag ontbreekt.
2)
Tweede middel: schending van artikel 8, lid 2, van bijlage I bij het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie evenals van artikel 73 van het Reglement voor de procesvoering van het Ambtenarengerecht
In dit verband stelt rekwirant dat er ten aanzien van de in het hoofdgeding niet bij inleidend verzoekschrift, maar in een later processtuk ingediende vordering van rekwirant geen afzonderlijke verwijzingsbeschikking mogelijk is vanwege gebrek aan onafhankelijkheid en scheidbaarheid.
3)
Derde middel: schending van artikel 8, lid 2, van bijlage I bij het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van artikel 73 van het Reglement voor de procesvoering van het Ambtenarengerecht
Rekwirant stelt bovendien dat het rechtsgeding zijn oorsprong vindt in de diensbetrekking van rekwirant, wat krachtens artikel 1 van bijlage I bij het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie tot de bevoegdheid van het Ambtenarengerecht leidt.
4)
Vierde middel: schending van artikel 6, lid 1, EVRM en artikel 47 van het Handvest
Rekwirant stelt ten slotte dat het Ambtenarengerecht wegens zijn procedure de beginselen van de eerbiediging van het recht van verdediging en van hoor en wederhoor heeft geschonden en hem oneerlijk heeft behandeld.
Full & Egal Universal Law Academy